Zelf energie opwekken en opslaan steeds populairder, thuisbatterijen niet aan te slepen
In dit artikel:
De vraag naar thuisbatterijen stijgt snel: waar vorig jaar zo’n 25.000 systemen werden geplaatst, verwacht de markt dit jaar ongeveer vier keer zoveel. In Renswoude heeft producent Altilia die groei duidelijk gemerkt; eigenaren Steven Pluimers en Jasper Visser zien orders binnenstromen en melden een omzetstijging van "300 procent" in twee maanden. In hun fabriek worden moderne accu’s met slimme software samengebouwd; vandaag gaan er meerdere pallets met bestellingen de deur uit.
Volgens Pluimers en Visser spelen twee factoren een grote rol in de opleving. Ten eerste roept de overheid op om een noodpakket en zelfvoorziening te regelen, en consumenten zoeken daardoor naar zekerheid bij stroomstoringen: met zo’n batterij kan een meterkast dagen of zelfs weken op noodstroom draaien. Ten tweede verandert de regelgeving rond salderen per 1 januari 2027. Huishoudens krijgen dan veel minder vergoeding voor teruggeleverde zonne-energie, waardoor het financieel aantrekkelijker wordt om opgewekte stroom eerst op te slaan en later te gebruiken of te verkopen als de elektriciteitsprijs piekt. De ingebouwde software van de batterijen handelt automatisch om de beste opbrengst te kiezen.
Ook in de stad ontstaan oplossingen voor opslag. We Drive Solar in Utrecht gebruikt nu 50 bidirectionele deelauto’s om buurtgewijs energie op te slaan en terug te leveren; dat aantal groeit volgend jaar naar 170. Directeur Robin Berg wijst erop dat auto’s het grootste deel van de tijd stilstaan, waardoor hun batterijen als buffer kunnen dienen zonder dat eigenaren onverwacht met een lege accu komen te staan. Bovendien kan het gebruik van die autoaccu’s het lokale stroomnet op piekmomenten ontlasten.
Financieel blijft een drempel: een thuisbatterij kost volgens Visser ongeveer 5.000 euro en de terugverdientijd wordt geschat op circa 7 à 8 jaar, afhankelijk van volatiele energietarieven. Altilia is vooralsnog grotendeels afhankelijk van Chinese cellen; in Nederland wordt de slimme besturingssoftware toegevoegd. Pluimers en Visser zien kansen om ook de productie naar Nederland te halen, maar daar is volgens hen steun van de overheid of de EU voor nodig om concurrerend te worden.