Wielaert - Wat nou Rembrandt? Van Honthorst is de man!
In dit artikel:
De overzichtstentoonstelling Gerard van Honthorst – In alles anders dan Rembrandt in het Centraal Museum zet de Utrechtse schilder (1592–1656) opnieuw op de kaart en wil recht doen aan een reputatie die door de eeuwen is vertekend. Directeur Bart Rutten en conservator Liesbeth Helmus brachten voor ruim een miljoen euro werk van deze vroeg‑klassieke kunstenaar bij elkaar; Helmus ziet het als de afronding van een dertig jaar durende trilogie en als haar mooiste expositie voor zij met pensioen gaat. De show is te zien tot en met 13 september 2026.
Van Honthorst, vaak gezien als een van de belangrijkste Nederlandse schilders vóór 1650, reisde rond 1600–1630 naar Rome en liet zich daar beïnvloeden door Caravaggio. Maar de tentoonstelling toont dat hij meer was dan een navolger: zijn oeuvre is breed, van monumentale religieuze altaarstukken tot ruige nachtstukken en smakelijke genretaferelen. Waar Rembrandt later als maatstaf voor de Hollandse schilderkunst fungeerde, stond Van Honthorst in zijn eigen tijd hoog aangeschreven: hij diende buitenlandse hoven, werkte als hofschilder in Engeland en in Den Haag en vergaarde aanzienlijke rijkdom — een tegenstelling met Rembrandts latere financiële problemen.
Enkele hoogtepunten in de expo onderstrepen die veelzijdigheid. Het grote zelfportret uit 1655 presenteert de beleefde, conformistische kunstenaar die door hooggeplaatsten werd ingehuurd; portretten van vorsten en vorstinnen – onder anderen Maria de’ Medici, koning Karel I en de Nederlandse stadhouder Frederik Hendrik met Amalia van Solms – tonen zijn status als portretschilder voor de elite. Tegelijkertijd prikkelen de nachtstukken en marktachtige scènes: de Luizenjacht (1628) toont een naakte prostituee onder het laken met een koppelaarster en goedkeurend toekijkende klanten; de Jongen met vijgen en andere werken bevatten plagerige, sexueel getinte iconografie die destijds populair was.
Religieuze werken tonen Van Honthorsts vermogen tot ernst en dramatiek. De Bespotting van Jezus (ca. 1617) en het gerestaureerde altaarstuk De bewening van Jezus (1633) — laatstgenoemde speciaal teruggebracht uit Gent en nu trots tentoongesteld tegenover een werk van Van Dyck — bewijzen zijn beheersing van licht, emotie en narratief. Ook tof is de bruikleen uit de Galleria Borghese: Suzanne en de ouderlingen (1655), een confronterend tafereel dat hedendaagse associaties met #MeToo oproept.
Helmus wil met de tentoonstelling niet simpelweg Rembrandt ten val brengen, maar het publieke beeld verrijken: “Ja, natuurlijk,” zegt zij over het onderwaarderen van andere zeventiende‑eeuwse kunstenaars. Ze benadrukt dat het negentiende‑eeuwse canonbeeld met de zogenaamde Grote Drie (Rembrandt, Vermeer, Hals) de zichtbaarheid van Utrechtse meesters en Caravaggisten heeft teruggedrongen. De expositie bevat verder recent ontdekte tekeningen en internationale bruiklenen, wat samen een indrukwekkend totaalbeeld oplevert.
Naast de tentoonstelling verscheen bij uitgeverij W‑Books het boek De wereld van Gerard van Honthorst, geschreven door Helmus. Zij vindt het jammer dat Utrecht Van Honthorst nog geen standbeeld of plein heeft gewijd — een pleidooi voor blijvende erkenning van een kunstenaar die, zo blijkt, veel meer is dan “de man die op Rembrandt leek.”