'We krijgen hem toch wel terug?', vraagt Jos z'n vader als hij hem onderbrengt bij een Utrechtse verzetsvrouw

maandag, 4 mei 2026 (19:50) - RTV Utrecht

In dit artikel:

Jos van Klaveren wordt in 1943 op anderhalfjarige leeftijd door zijn ouders toevertrouwd aan een verzetsvrouw in Utrecht; zij moet hem veilig houden tot na de oorlog, maar zijn ouders keren niet terug. Jos groeit op in de Händelstraat in Oog in Al, waar hij bij een gezin in onderduik woont — op de plek van het huidige fastfoodrestaurant — en vanaf zijn komst tot de bevrijding bijna nooit buiten mag spelen. Hij moest stil blijven, wegkijken voor politie en vooral niet huilen om niet op te vallen.

Zijn leven begint in Amsterdam in een bakkerijfamilie die aanvankelijk enigszins werd ontzien bij razzia’s vanwege de voedselvoorziening. Toen de situatie toch gevaarlijk werd, raadden verzetsmensen aan Jos tijdelijk onder te brengen in Utrecht. Hoewel zijn moeder moeite heeft met het loslaten — “Je geeft je kind niet zomaar weg” — laat ze hem uiteindelijk gaan. Kort daarna worden zijn ouders verraden; omdat Jos afwezig is en zij niet langer met een kinderwagen lopen, belanden zij in een strafbarak in kamp Westerbork en later in Auschwitz. Zijn vader Bram sterft door dwangarbeid in Auschwitz; zijn moeder Lien ondergaat medische experimenten, naaide later Duitse uniformen en sterft in Bergen-Belsen vlak voor de bevrijding.

Na de oorlog zoekt de Utrechtse pleegmoeder in de lijsten van het Rode Kruis en in Amsterdam naar Jos’ biologische ouders. Als blijkt dat zij niet meer leven, besluit zij hem te houden en als haar eigen zoon op te voeden. Jos is haar levenslang dankbaar en zorgde er later voor dat zijn pleegouders postuum worden geëerd. De oorlog laat diepe littekens: hij worstelt met verlatingsangst, wrok jegens politie en voortdurende alertheid; rond 2000 zoekt hij therapie. Omdat hij als kind de sociale codes van leeftijdsgenootjes niet leerde, leidde dat tot veel ruzies op straat.

Jos deelt zijn verhaal voor het herdenkingsproject Huizen van Verzet, waarin deuren in Utrecht openen voor oorlogsverhalen van bewoners en overlevenden. Elk jaar staat hij om acht uur twee minuten stil, in gedachten bij zijn ouders, familieleden en alle oorlogsslachtoffers.