Vrijgesproken na de oorlog, maar de schuld bleef in het gezin: het verhaal van Bob Jesse
In dit artikel:
Katinka Jesse uit Utrecht schreef het boek Mijn vader, een verrader? nadat haar vader haar op negenjarige leeftijd onthulde dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als verzetsman door de Duitsers was opgepakt en onder dwang informatie had prijsgegeven. Die verraadshandelingen leidden in Weert tot de arrestatie van een verzetsgroep en uiteindelijk de dood van zeven verzetsstrijders. Bob Jesse werd na de oorlog in de zaak die bekend werd als ‘Het verraad van Weert’ vrijgesproken omdat de rechter oordeelde dat hij onder dwang had gehandeld, maar juridische vrijspraak tilde de schuld niet van hem of zijn gezin.
De geheimhouding die haar vader aan Katinka en haar zus oplegde drukte jarenlang zwaar op haar; hij overleed toen zij vijftien was en raakte de laatste jaren depressief. Tijdens haar rechtenstudie brak ze emotioneel door toen een college de zaak behandelde, waarna ze psychische hulp zocht. Jaren later begon ze archieven te bestuderen, sprak ze met betrokkenen en ontmoette ze kleinkinderen van vermoorde verzetsmensen. Die gesprekken hielpen het schuldgevoel te relativeren: Katinka voelde zich eerst “toch als de slechterik”, maar merkt nu dat dat gevoel afneemt en dat reacties op haar boek, ook van nabestaanden, vaak bemoedigend zijn.
Haar verhaal illustreert hoe oorlogstrauma’s generaties lang kunnen doorwerken; het boek combineert familiegeschiedenis met een persoonlijke zoektocht naar begrip en verzoening.