Studeren zonder kamer in Utrecht: HU start nieuwe hybride leerroute
In dit artikel:
De Hogeschool Utrecht (HU) start dit studiejaar met Beyond Campus, een hybride variant van de bachelor International Creative Business. Studenten volgen ongeveer 80 procent van het onderwijs online en komen vier keer per jaar naar Utrecht voor een driedaagse bootcamp. Daarnaast hebben zij elke dinsdag en donderdag verplichte online live labs, waarin ze actief aan opdrachten en projecten werken. De opleiding is dus niet volledig digitaal.
De HU richt de leerroute op studenten die een reguliere voltijdopleiding moeilijk kunnen combineren met werk, reizen, mantelzorg of behoefte aan meer rust en flexibiliteit. De kamernood was niet de aanleiding, maar maakt de opleiding wel aantrekkelijk: studenten hoeven niet in Utrecht te wonen. Dat geldt ook voor internationale studenten, die grotendeels in hun eigen land kunnen blijven. De eerste groep bestaat uit studenten uit Nederland, andere Europese landen en de ABC-eilanden; ook jongeren uit onder meer Amsterdam kiezen voor deze vorm.
De 20-jarige Jasmina uit Aalten vond geen kamer in Utrecht en wil haar studie combineren met reizen naar onder meer Polen en Italië. Dankzij de vaste online lesdagen kan zij de rest van haar week flexibel indelen. De 23-jarige Lili-Enola uit Bremen werkt als model en koos Beyond Campus omdat zij haar opleiding met haar werk wil combineren. Zij kon eerder niet aan de reguliere opleiding beginnen vanwege het gebrek aan woonruimte in Utrecht.
Volgens docent Nathalie Brähler biedt de vaste structuur tegelijk vrijheid en houvast. Studenten weten vooraf wanneer zij onderwijs hebben en wat er van hen wordt verwacht; aanwezigheid bij de online lessen en bootcamps is verplicht. De opleiding begint met een online kennismaking, gevolgd door de eerste driedaagse bootcamp op de HU-campus. De belangstelling is groter dan verwacht. HU-studenten kunnen tot begin oktober nog overstappen.
Vandaag Inside: Johan Derksen kritisch op tv-optreden Mona Keijzer: ‘Ik ben fan van haar, maar…’