Maarten van Rossem duikt in geschiedenis van de wolvenjacht: 'Emotie lijkt onveranderd'
In dit artikel:
De wolf zorgt al eeuwen voor maatschappelijke onrust. In de zestiende eeuw werd het dier in Nederland gezien als een gemeenschappelijke vijand en waren volwassen mannen, vanaf ongeveer veertien jaar, verplicht deel te nemen aan grootschalige drijfjachten. Wolven werden naar een afgebakende plek gedreven, waar ze konden worden gedood. Voor het vangen of doden werd bovendien een hoge wolfspremie betaald.
Volgens roofdierkenner Dick Klees waren er waarschijnlijk minder wolven dan mensen destijds dachten. Omdat wolven territoriaal zijn, begrenzen ze vanzelf hun eigen aantallen. Rond 1850 werd de laatste wolf in Nederland gedood. In 2015 keerde het dier terug, toen in Drenthe voor het eerst weer een wolf werd gezien. Inmiddels leven er in Nederland ongeveer honderd wolven, verdeeld over veertien roedels.
In een aflevering van *Van Rossem Vertelt* onderzoekt Maarten van Rossem, met aandacht voor landgoed Den Treek, de overeenkomsten tussen de historische en huidige discussie. Hoewel de kennis over de ecologische rol van de wolf is toegenomen, blijven emoties sterk. Klees wijst erop dat mensen soms bang zijn voor Nederlandse wolven, terwijl ze in het buitenland zonder problemen verblijven in gebieden met veel grotere populaties. De belangrijkste les uit het verleden en heden is volgens Van Rossem dat de natuur zichzelf begrenst: wolven kunnen zich niet onbeperkt uitbreiden, omdat territoria op den duur vol raken.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'