Van Oosten - Niemand kan weer nergens wat aan doen (4)
In dit artikel:
In Utrecht slepen al jaren juridische procedures voort rond een vermeend onveilige keldermuur tussen twee binnenstadspanden (A en B). Wat begon met een melding in 2017 escaleerde tot dwangsombeschikkingen, gerechtelijke vernietigingen en torenhoge kosten voor de gemeente — in totaal lopen de uitgaven op tot miljoenen (artikel spreekt van circa 8 miljoen), daarnaast vroeg de VVD om opheldering over bijna 1 miljoen aan gemiste termijnen.
Kern van de zaak
- Op 12 januari 2018 kreeg pandeigenaar A een last onder dwangsom om de gemeenschappelijke keldermuur te herstellen; eigenaar B kreeg in november 2018 een vergelijkbare beschikking. Beide eigenaren maakten bezwaar en er volgden rechtsprocedures.
- In herfst 2019 heeft de gemeente zelf de herstelwerkzaamheden laten uitvoeren op kosten van A en B.
- De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan en vernietigde het dwangsombesluit; de Raad van State bevestigde dat oordeel in 2021. De gemeenten verloor daarmee meerdere procedures en betaalde dwangsommen vanwege te late beslissingen.
Onderzoek en kritiek
- De gemeente liet Berenschot onderzoeken waarom procedures zo uit de hand liepen. Dat bureau concludeerde dat het probleem lag aan de complexiteit van het dossier en gebrek aan regie binnen de organisatie, en sprak alleen met ambtenaren en bestuurders van de gemeente. Berenschot onderzocht dus geen externe partijen en haalde geen onafhankelijke deskundige bij het onderzoek.
- De columnist betwijfelt de onschuld die uit het rapport volgt: als voorafgaand, deugdelijke technisch-juridische toetsing had plaatsgevonden, had de gemeente niet door rechtbank en Raad van State in het ongelijk gesteld hoeven worden en was de lange juridische strijd mogelijk vermeden.
Rol van experts en belangenverstrengeling
- Tijdens het hoger beroep schakelde de gemeente in juni 2020 het Expertisecentrum Regelgeving Bouw (ERB) in ter ondersteuning. ERB kwam in december 2021 met een rapport dat het vernietigde besluit alsnog verdedigde. Dat rapport is geen onafhankelijk oordeel omdat het expliciet ter ondersteuning van de gemeente was opgesteld.
- ERB stelde als oorzaak dat de kelder van pand A ooit met grond was gevuld en dat het verwijderen daarvan de muurdelen zou hebben doen uitbuigen — een stelling die niet werd onderbouwd met bewijs en die bovendien in tegenspraak lijkt met bouwregelgeving die elk pand als zelfstandig stabiel beschouwt. ERB negeerde ook eerdere verbouwingen in pand B waarvoor de gemeente vergunningen had verstrekt en die technische relevantie kunnen hebben.
Verantwoordelijkheid en gebrek aan rekenschap
- De besluiten tot het opleggen van dwangsommen werden ondertekend door destijds hoofd Toezicht en Handhaving Bebouwde Omgeving, drs. Jennemieke Kleijwegt, die sindsdien is gepromoveerd tot directeur VTH en voorzitter van de landelijke beroepsvereniging voor bouw- en woningtoezicht. De columnist stelt dat er geen consequente verantwoording is afgelegd: leidinggevenden worden niet ter verantwoording geroepen, en besluiten lijken laag in de organisatie te zijn genomen zonder dat dezelfde leidinggevenden de zaak in rechtszalen hebben verdedigd.
- De belangrijkste vragen die onbesproken blijven: waarom is niet serieus onderzocht of verbouwingen in buurpand B de oorzaak waren; waarom zijn externe deskundigen en betrokken pandeigenaren niet geïnterviewd; en waarom werden (zogenaamd) verantwoordelijken niet gehouden aan hun besluiten?
De aflevering eindigt met de belofte van een vervolg — de auteur suggereert dat Berenschot en ERB-rapporten mogelijk werden ingezet om bestuurders en het college te vrijwaren van politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
De Oranjezomer: 'Wat mij opvalt is dat de naam van Mark van Bommel niet voor het Nederlands Elftal genoemd is'