Van Oosten - Berekening woningbehoefte is volksverlakkerij
In dit artikel:
Kees van Oosten betoogt dat de gemeente Utrecht de toekomstige woningbehoefte niet onafhankelijk vaststelt, maar afleidt uit het aantal woningen dat zij van plan is te bouwen. Volgens hem rekende Utrecht eerder met 60.000 extra woningen in 2040 en leidde dat tot een verwachte bevolking van 450.000 inwoners. In de nieuwe prognose wordt uitgegaan van 57.368 extra woningen in 2044, waardoor ook het verwachte groeitempo van de bevolking verandert. De gemeente stelt dat het eerdere planningsoptimisme is bijgesteld en dat de nieuwe prognose realistischer is.
Van Oosten wijst erop dat Utrecht op 1 januari 2026 378.140 inwoners telde. Als alleen wordt gekeken naar geboorten en sterfgevallen onder de huidige bevolking, zou de bevolking volgens hem nauwelijks groeien of zelfs stabiel blijven. Het vruchtbaarheidscijfer is gedaald tot 1,22 kind per vrouw, onvoldoende om het aantal sterfgevallen te compenseren. Ook voor kinderen die in Utrecht worden geboren zou volgens hem maar beperkte extra woningbouw nodig zijn. Alleen de dalende gemiddelde woningbezetting — van 2,10 naar 2,04 personen per woning in 2040 — zou enige uitbreiding rechtvaardigen, mogelijk deels op te vangen door grotere woningen te splitsen.
De auteur stelt dat Utrecht desondanks bewust inzet op sterke groei, onder meer met dure woningen, hoogbouw, nieuwe infrastructuur en internationale promotie om inwoners en werknemers aan te trekken. Daardoor zouden woningen worden gebouwd die voor veel Utrechters onbetaalbaar zijn, terwijl betaalbare woningen verdwijnen. Jongeren uit de stad zouden volgens hem juist jarenlang op wachtlijsten staan.
Van Oosten is ook kritisch op het plan om 25.000 woningen in de Rijnenburgpolder te bouwen. Hij verwacht dat veel inwoners daartegen zouden zijn als zij inzicht kregen in de kosten voor infrastructuur en belastingen en in het beperkte voordeel voor Utrechtse woningzoekenden. Volgens hem heeft het kabinet Rijnenburg bovendien bewust niet aangewezen als grootschalige bouwlocatie, vanwege het landelijke spreidingsbeleid en de hoge kosten voor wegen, openbaar vervoer en nutsvoorzieningen.
Zijn conclusie is dat Utrecht met de ontwikkeling van Merwede 5 al bijdraagt aan de landelijke woningopgave. De extra bouw in Rijnenburg en de prognose van ruim 60.000 nieuwe woningen zouden volgens hem vooral voortkomen uit expansiedrift en commerciële belangen, niet uit de behoefte van de huidige Utrechtse bevolking.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie