Van ongeloof tot onderduik: Het oorlogsdagboek van Burgemeester Ter Pelkwijk

zondag, 14 december 2025 (13:39) - De Utrechtse Internet Courant

In dit artikel:

Burgemeester Gerhard ter Pelkwijk (1882–1964) staat centraal in een reconstructie van Utrechtse ervaringen tijdens de Duitse bezetting, gebaseerd op zijn dagboek en aantekeningen. Ter Pelkwijk, sinds 1934 burgemeester van Utrecht en eerder ambtenaar/secretaris in Den Haag, combineerde vóór de oorlog gemeentelijke projecten als de opening van stadion Galgenwaard en de restauratie van de Domtoren met gezinsleven (huwelijk met Alida Donath, vijf kinderen).

In mei 1940 kwam abrupt een einde aan het gewone stadsleven: de Duitse inval op 10 mei en de daaropvolgende chaos — ontvluchte regeringsleden, massale vluchtelingenstroom, en het vernietigende bombardement op Rotterdam — veranderden snel de toon in zijn aantekeningen. Als burgemeester organiseerde hij opvang voor vluchtelingen met hulp van zijn gezin en vrijwilligers, en worstelde hij met de onzekere berichtgeving en de morele druk van bezettingstijd.

Na de capitulatie van 15 mei 1940 bleef Ter Pelkwijk aanblijven op instigatie van de Nederlandse regering om het bestuur draaiend te houden. Die positie dwong hem voortdurend te laveren tussen de belangen van Utrechters en Duitse eisen. Hoewel de bezetter de eerste oorlogsjaren relatief terughoudend opereerde, werden Joodse inwoners steeds meer slachtoffer van discriminerende maatregelen. Ter Pelkwijk moest met pijn in het hart Joodse collega’s ontslaan en kon deportaties van staatloze Joden deels niet voorkomen, maar zocht ook actief naar manieren om schade te beperken.

Als enige burgemeester in de provincie voerde hij soms openlijk verzet: hij behield de koninklijke parknaam (later omgedoopt tot Nassaupark) en verhinderde dat uitsluitingsborden voor Joden in Utrecht verschenen. Met steun van Binnenlandse Zaken voorkwam hij bovendien de ontruiming van het Joodse weeshuis begin 1942. Zijn tegenstand tegen NSB-invloeden, onder andere tegen een NSB-schoolleraar die Mein Kampf gebruikte, wekte woede bij de bezetter en de collaborerende beweging.

Onder druk van de NSB werd Ter Pelkwijk op 31 maart 1942 ontslagen; Cornelis van Ravenswaay volgde hem op. Na een korte periode van onduidelijkheid en een bijna-arrestatie koos hij ervoor onder te duiken. Hij dook met zijn gezin voornamelijk in Doorn onder en bleef via couriers en het verzet, onder meer door de rol van verzetsvrouw Marie Tellegen (‘Dr. Max’), op de hoogte van Utrechtse gebeurtenissen.

Op 7 mei 1945 keerde Ter Pelkwijk terug naar Utrecht te midden van een uitzinnige menigte en nam hij deel aan de officiële ontvangst van de geallieerde bevrijders. Hij bleef burgemeester tot 1948 en wijdde zich aan het herstel van de stad. Zijn dagboekteksten illustreren de ethische dilemma’s van bestuurders onder bezetting: compromissen, kleine vormen van tegenstand en de zware consequenties van principieel handelen. Dit verhaal maakt deel uit van het project rond 80 jaar bevrijding en is onderdeel van een serie Utrechtse oorlogsverhalen.