Utrechtse Syriërs vieren feest na eerste jaar zonder Assad, maar niet iedereen hangt de vlag uit
In dit artikel:
Gisterenmiddag vierden honderden mensen in Utrecht — vooral op het Domplein — het eerste jubileum van de val van het Assad‑regime in Syrië. Er waren toespraken, Syrische muziek, toeterende auto’s en wapperende vlaggen; de gemeente had ongeveer vijfhonderd bezoekers aangemeld en de politie regelde het verkeer en vroeg een groep op het Bollendak te vertrekken. Er werden geen arrestaties verricht.
De meningen onder aanwezigen waren verdeeld. Vluchteling Dima Kadri, die in 2013 naar Nederland kwam en in september voor het eerst in twaalf jaar kort terugkeerde naar haar geboorteplaats, ervoer het einde van het regime als bevrijdend maar zag in Syrië veel verwoesting. Voor haar was het jammer dat sommige gemeenschappen, zoals Druzen, dit jaar minder zichtbaar waren — volgens haar brak die eenheid tijdens de revolutie. Amr Kharrat, al tien jaar in Nederland en afkomstig uit Aleppo, noemt de situatie nog niet hersteld, maar signaleert kleine verbeteringen voor mensen thuis (hoger elektriciteitsaanbod) en benadrukt dat meer vrouwenrechten volgens hem prioriteit moeten krijgen.
Tegelijk bleven er zorgen bestaan. Orrwa Alhaffar bezocht de festiviteiten niet: hij is opgelucht dat Assad weg is, maar bang voor geweld tegen minderheden onder het nieuwe bewind en wantrouwt de achtergrond van de nieuwe president, Ahmed Hussein al‑Sharaa — volgens berichtgeving de voormalige leider van HTS, de rebellenbeweging die het regime ten val bracht. In het bredere Syrische maatschappelijk debat bestaat onenigheid over de richting van het land: sommige groepen willen meer islamisering, anderen juist niet, en weer anderen zijn tevreden met de huidige koers.
Korte context: Syrië werd van 2011 tot 2024 verscheurd door burgeroorlog na een opstand tegen dictator Bashar al‑Assad; de machtswisseling vorig jaar bracht blijdschap bij velen maar ook nieuwe onzekerheden over veiligheid, rechten van minderheden en de rol van vrouwen. De vieringen in Utrecht spiegelden die gemengde gevoelens binnen de Syrische diaspora: opluchting en hoop, maar ook twijfel en terughoudendheid over de toekomst.