Tussenarrest in de zaak Sarah V.
In dit artikel:
Het gerechtshof in Utrecht heeft vandaag een tussenarrest gewezen in het hoger beroep van een 39-jarige vrouw uit Utrecht, die op 19 maart 2024 door de rechtbank Midden-Nederland tot elf jaar cel is veroordeeld, onder meer voor een poging tot moord op haar pasgeboren kind. Naar aanleiding van een eerder tussenarrest van 13 december 2024 werd de moedermelk van de verdachte onderzocht; daarbij zijn stoffen aangetroffen waarvoor het hof nu twee deskundigen heeft verzocht nadere rapporten op te stellen.
Tijdens de zitting van 21 november 2025 vroeg de verdediging om aanvullende onderzoeken, maar het hof wees vrijwel alle verzoeken af als niet noodzakelijk. Het Openbaar Ministerie heeft intussen het hoger beroep tegen de vrijspraak voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een ander kind niet voortgezet; dat onderdeel is daarmee van de rol.
De zitting maakte ook een begin met de inhoudelijke behandeling van de resterende punten, waaronder de feiten (voor zover in hoger beroep relevant), een vordering tot schadevergoeding en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De zaak is aangehouden tot 3 februari 2026 (met zonodig behandeling op 5 februari 2026).