Trui van Lier redde 150 joodse kinderen: nieuw boek vertelt haar verhaal
In dit artikel:
In Utrecht werkte Trui van Lier tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit haar kindercrèche Kindjeshaven rond het Wilhelminapark aan het verborgen redden van Joodse kinderen. Vanaf de eerste voorbereidingen in september 1940 en met de opening ongeveer een jaar later organiseerde zij opvang en doorsluizing naar veilige adressen elders in het land; volgens onderzoeker en biograaf Jim Terlingen overleefden daardoor zeker 150 kinderen. Trui gebruikte haar vertrouwde buurtrol als dekmantel: de crèche was nieuw maar al snel ingeburgerd, zelfs bezocht door kinderen van Duitse militairen, waardoor de aanwezigheid van Joodse kinderen minder opviel — Terlingen spreekt van haar “perfecte schutkleur”.
Trui was oudere nicht van de bekendere Truus van Lier (over wie al eerder boeken bestaan). Haar werk wordt nu voor het eerst in een eigen biografie gedocumenteerd: op 11 april verschijnt het boek van Terlingen, dat deels tot stand kwam nadat familiebrieven en foto’s in een grote doos boven tafel kwamen. Het onderzoek gaf de schrijver niet alleen feiten, maar ook emotionele inzichten; hij zegt meer oog te hebben gekregen voor het persoonlijke leed achter de heldendaden.
Na de oorlog had Trui moeite met de nasleep van haar ervaringen; Terlingen stelt dat zij later mogelijk aan PTSS leed. Haar inzet kreeg pas decennialang erkenning: in 1992 werd zij onderscheiden door Yad Vashem en in 1995 ontving zij een Utrechtse stadsmedaille. Trui overleed in 2002; inmiddels draagt een speeltuintje in het Wilhelminapark haar naam en er is een bloemenmonument in de buurt.
Het boek plaatst Trui van Lier in een ander licht dan het spectaculairder ogende verhaal van haar nicht: het belicht hoe dagelijkse, praktische verzetsdaden — zorgvuldig georganiseerd vanuit een ogenschijnlijk gewone crèche — tientallen levens redden en de buurtgeschiedenis blijvend veranderden.