Taams - D.E.M.G.S.T. (37)
In dit artikel:
Raymond Taams beschrijft in een persoonlijke en beeldrijke tekst hoe zijn levensverhaal en rouw vermengd zijn met een fanatieke liefde voor Formule 1. Hij noemt zichzelf graag ‘formul‑eur’: de autosport is voor hem meer dan hobby, het is een metafoor voor presteren — coureurs zijn volgens hem moderne gladiatoren, op hoge snelheid en tussen nauwe muren. Die autosportmetafoor gebruikt hij om zijn wijze van leven en zijn drijfveren te verklaren.
Geboren in 1981, ziet Taams zichzelf als een kind van het neoliberale tijdperk; het adagium van harder gas geven en presteren hoort bij zijn wereldbeeld. Een uitspraak van commentator Olav Mol over Michael Schumacher staat symbool voor die mentaliteit: eenvoudiger gezegd, de bewondering voor pure vaardigheid en snelheid. Na de vroege dood van zijn vader en het plotse overlijden van zijn moeder bijna tien jaar geleden besloot hij op zijn dertig‑vijfste het leven voluit te leven. Het geld dat hij erfde gebruikte hij als een vrijbrief om zich helemaal op het schrijven te storten.
De afgelopen jaren leverde hij veel korte, degelijke teksten en vond hij geluk in een relatie met een intelligente vrouw met twee kleuters, die in een gezellig huisje in Utrecht woonden. Ze leefden zeven jaar grotendeels samen, een kalm en stabiel bestaan dat hij als zijn grootste prestatie zag. Vorige week liep die relatie stuk. In tegenstelling tot zijn eerdere stoïcijnse houding bij verlies, stortte hij zich nu in intens verdriet: hij heeft heel veel gehuild om het verlies van de partner, de kinderen en opnieuw om zijn moeder — en voelt daar op een vreemde manier ook trots over.
De tekst reflecteert op de spanning tussen prestatiedrang en kwetsbaarheid: de Formule 1 als beeld voor levenshouding en uiteindelijk het toegeven aan menselijke emotie.