Snotteren en traanogen: de els en de hazelaar zorgen voor hooikoorts
In dit artikel:
De huidige warme dagen veroorzaken in provincie Utrecht een sterke toename van pollen, waardoor veel mensen last hebben van hooikoorts. Vooral els en hazelaar produceren nu veel stuifmeel; de zachte herfst en de hogere temperaturen maken dat bomen en struiken in een groeispurt zitten. Een zuidelijke wind voert bovendien pollen uit België en Noord-Frankrijk aan, waardoor de concentratie in de lucht snel oploopt.
Pollen volgen een dagritme: ’s ochtends laag, oplopend in de middag en met een piek rond 16.00–17.00 uur — precies het tijdstip van de donderdagmiddagborrel. Na hazelaar en els zijn wilgen de volgende soort die nu zichtbaar begint te ontwaken.
In Utrecht zijn hazelaars vooral te vinden in de oostelijke bossen, terwijl elzen de voorkeur geven aan vochtige graslanden en plassen in het westen van de provincie. Daardoor hebben mensen verschillend last afhankelijk van waar en wanneer ze zich bevinden. Wie op hazelaar reageert, kan plekken buiten die gebieden zoeken; elzenmijders kunnen baat hebben bij locaties als de Utrechtse Heuvelrug.
Rond een kwart van de Nederlanders heeft ooit hooikoorts: het immuunsysteem reageert overmatig op pollen, met niezen, loopneus, tranende ogen en verkoudheidsklachten tot gevolg. Praktische maatregelen: volg pollenverwachtingen, vermijd buitenactiviteiten in de late middagpiek, douchen en kleding wisselen na buiten zijn, ramen gesloten houden tijdens piekuren en zo nodig antihistaminica of neusmiddelen gebruiken.