Sneller inzetbare ME: waarom Utrecht naar Den Haag en Rotterdam kijkt
In dit artikel:
Burgemeester Sharon Dijksma van Utrecht heeft minister Dekker (Justitie en Veiligheid) gevraagd om een eigen peloton van de Mobiele Eenheid (ME) voor de stad, omdat Utrecht volgens het stadsbestuur structureel te weinig politiecapaciteit heeft nu de stad is gegroeid. In andere grote steden bestaan al snellere paraatregelingen: Amsterdam en Den Haag hebben afspraken waardoor een peloton sneller inzetbaar is, en Rotterdam heeft een permanente paraatheid van grofweg twee pelotons die direct met meerdere groepen kunnen uitrukken.
Politiesocioloog Jaap Timmer (VU) legt uit dat de eenheid Midden-Nederland vier ME-pelotons telt; een peloton omvat circa 48 personen waarvan een deel via een piketregeling 24/7 oproepbaar is. Onder de piketregeling duurt het normaliter zo’n anderhalf uur voordat ME'ers inzetbaar zijn, en als dat onvoldoende is worden mensen uit andere regio’s bijgeschakeld. Een écht paraat peloton vereist personeel dat fysiek in de stad aanwezig is, klaarstaande ME-bussen met uitrusting en directe inzetbaarheid — alleen dan wordt de reactietijd substantieel verkort.
Een woordvoerder van de politie in Den Haag bevestigt dat fysieke aanwezigheid het verschil maakt: een vaste bezetting is sneller inzetbaar dan agents die eerst via piket moeten worden opgeroepen. De gemeente Utrecht wijst erop dat er vooralsnog geen vergelijkbaar paraat team bestaat in hun regio, wat de aanleiding is voor het verzoek aan de minister.
Kortom: het geschil gaat niet om het bestaan van ME-capaciteit, maar om de gewenste paraatheid en lokale beschikbaarheid om sneller en effectiever op grootschalige incidenten te kunnen reageren.