Nog maar één gemeente in Utrecht met meer geboortes, de rest zakt weg
In dit artikel:
In bijna alle Utrechtse gemeenten is het gemiddeld aantal kinderen per vrouw de afgelopen tien jaar gedaald; dat blijkt uit CBS-cijfers over 2024 die de situatie vergelijken met 2014. Van de 26 gemeenten liet alleen Lopik een stijging zien (van 1,88 naar 2,03 kind per vrouw), terwijl in Oudewater het cijfer gelijk bleef op 1,88.
Grote dalingen deden zich vooral voor in stedelijke gebieden: de stad Utrecht zag het geboortecijfer met 26,5% teruglopen, van 1,66 naar 1,22. Ook Zeist en Leusden registreerden flinke terugval; Renswoude kende een van de grootste relatieve dalingen, van gemiddeld 3,03 kinderen per vrouw in 2014 naar 2,31 in 2024 (‑23,8%).
Het CBS bekeek ook de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen. Die ligt in veel Utrechtse gemeenten boven het landelijke gemiddelde van 30,4 jaar: in de stad Utrecht is dat 32,4 jaar, terwijl vrouwen in Renswoude gemiddeld op jongere leeftijd (27,6 jaar) moeder worden.
Het bureau wijst erop dat vooral zeer stedelijke gebieden sterker zijn getroffen. Volgens hoofdsocioloog Tanja Traag spelen arbeidsongelijkheid (onzekerheid over vaste contracten), een krappe woningmarkt en een minder gunstige economische situatie een rol bij het uitstellen van gezinsvorming. Ook het hogere opleidingsniveau van vrouwen draagt eraan bij dat veel vrouwen eerst carrière maken voordat ze aan kinderen denken.
De CBS-kaart in het oorspronkelijke bericht laat de gemeentelijke verschillen visueel zien en biedt per gemeente meer detail over leeftijd en vruchtbaarheidscijfers.