Provincies grijpen 'liever niet in' bij huisvesting statushouders
In dit artikel:
Provincies grijpen nauwelijks hardhandig in nu veel gemeenten hun wettelijke taak om statushouders te huisvesten niet nakomen. Wettelijk moeten provincies toezicht houden op gemeenten; het Rijk verdeelt elke zes maanden hoeveel nieuwe vergunninghouders elke gemeente moet opnemen. Door de tekorten verblijven nu zo’n 19.000 statushouders langer in drukke asielzoekerscentra, met ernstige overbelasting van locaties zoals het aanmeldcentrum in Ter Apel en noodopvang elders tot gevolg.
Enkele provincies zetten wel strak aan: Zuid‑Holland heeft vier gemeenten een laatste waarschuwing gegeven en zegt per 1 april in te grijpen en huisvesting op kosten van de betreffende gemeenten te regelen als zij niet voldoen. Ook in Limburg dreigt een ingreep. De meeste provincies kiezen echter voor ondersteuning en druk richting gemeenten, zoals Utrecht dat gemeenten oproept verbeterplannen te maken — een aanpak die volgens gedeputeerde Rob van Muilekom bij meerdere plaatsen effect heeft gehad.
De VNG kan gemeenten aansporen maar heeft geen handhavende bevoegdheid; dat ligt bij de provincies. Op dit moment lopen nog 280 gemeenten achter en moeten zij samen voor juli nog huisvesting regelen voor 12.049 mensen. In de provincie Utrecht is de achterstand ruim verspreid, met Amersfoort en Utrecht stad als grootste knelpunten. Provincies vragen het kabinet om extra financiële steun aan woningcorporaties en politieke rugdekking voor lokale bestuurders die maatregelen doorvoeren.