Maurice (32) doet onderzoek op Antarctica: 'Die wildernis zijn wij niet gewend'

zaterdag, 21 februari 2026 (12:21) - RTV Utrecht

In dit artikel:

Maurice van Tiggelen, onderzoeker uit Utrecht, keerde begin november terug na vier weken op het Rothera Research Station op Antarctica. Vanuit de basis van de British Antarctic Survey reisde hij met een klein propellervliegtuig anderhalf uur het ijsveld op om op de immense Larsen‑C ijsplaat een meetstation te vervangen en te installeren. De sensor registreert continu gegevens over de atmosfeer, sneeuwmassa en smeltsnelheid, wind, zoninstraling en hoeveel zonlicht het ijs terugkaatst; die data voeden klimaatmodellen en voorspellingen voor de zeespiegelstijging op de lange termijn.

Het Utrechtse team werkt al dertig jaar aan cryosfeeronderzoek bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht. Metingen begonnen in de jaren 80 op Alpen‑gletsjers en breidden zich in de jaren 90 uit naar Groenland en Antarctica. Larsen‑C, ongeveer zo groot als Nederland en relatief toegankelijk omdat het noordelijker en dichter bij Chili ligt, wordt gezien als een voorloper: wat daar gebeurt kan indicaties geven voor meer afgelegen ijskappen.

Het veldwerk is technisch en fysiek zwaar: accu’s vervangen, oude apparatuur ophalen, sensoren testen en veel graven in sneeuw en ijslagen om de instrumenten vrij te krijgen. Landen op sneeuw zonder baan, het snel wisselende weer en beperkte tijd op locatie vergroten de risico’s; op Maurice’ missie was er één dag goed weer met ongeveer −5°C, maar aan het eind kwam mist op die de terugkeer versnelde.

Naast het werk trof Maurice veel wildlife rond Rothera: meerdere pinguïnsoorten, grote zeehonden en zelfs walvissen bij korte tochten, dieren die weinig menselijke angst kennen. De ingezamelde data stromen per minuut binnen en worden jaarlijks verzameld en wereldwijd gedeeld om klimaatvoorspellingen te verbeteren.

Maurice legt uit dat onderzoek aan Antarctica van groot belang is voor laaggelegen landen zoals Nederland: de toekomstige zeespiegelstijging zit voor een groot deel ‘vastgevroren’ in de ijsmassa’s van Antarctica en Groenland. Persoonlijk voelt hij zich meer aangetrokken tot praktisch veldwerk dan tot puur theoretische natuurkunde — een keuze die hem eerder al meerdere keren naar Groenland bracht en hem voldoening geeft in het volledige traject van opzetten tot terughalen van stationnetjes.