Optredens, feestjes en vergaderingen: kerk moet eigen broek ophouden
In dit artikel:
In Abcoude staat de eeuwenoude Dorpskerk voor een ingrijpende renovatie omdat de kleine protestantse gemeenschap (enkele honderden actieve leden van zo’n 8.000 inwoners) de kosten niet meer alleen kan dragen. Het kerkorgel, dat uit 1.500 pijpen bestaat, kreeg voor het eerst in meer dan veertig jaar groot onderhoud; orgelbouwer Maarten Vos demonstreerde daarbij één praktische maatregel: "je moet zuigen, niet blazen".
Predikant Aarnoud van der Deijl en erfgoedadviseur Eline Amsing leggen uit dat de hersteloperatie veel verder reikt: de vloer en zijbeuken zijn aangepakt, het orgel is gedemonteerd en herbouwd, maar er komen nog miljoenen aan werkzaamheden bij—ramen moeten geschilderd, het dak vertoont lekkages en dakgoten moeten vervangen worden. De provincie Utrecht gaf recent een subsidie van 300.000 euro, maar die dekt lang niet alle kosten.
Om het gebouw duurzaam in stand te houden, zet de kerk in op een andere exploitatie: vaker openstellen voor concerten, exposities, vergaderingen en feesten zodat het gebouw door alle inwoners gebruikt wordt en inkomsten genereert. Erfgoedadviseur Amsing en Stichting Behoud Dorpskerk Abcoude (voorzitter Gerard Bolder) benadrukken dat commerciële activiteiten toegestaan zijn mits met respect voor de historie; voorbeelden uit het verleden zijn optredens van lokale artiesten als Douwe Bob en Do, en het gebruik van de kerk als rouwplek na de moord op een 17‑jarige dorpsgenoot.
De heropendatum valt met Pinksteren na maanden van verbouwing, waarna meteen een concert plaatsvindt. Bestuurders en vrijwilligers hopen zo de kerk weer dichter bij zijn oorspronkelijke rol als dorpshuis te brengen en tegelijkertijd financieel levensvatbaar te maken.