Illegaal maar niet strafbaar: ongedocumenteerden en hulpverleners zijn opgelucht
In dit artikel:
Utrechtse hulporganisaties zijn opgelucht nu de Eerste Kamer vandaag twee omstreden onderdelen van een nieuwe asielwet heeft verworpen: strafbaarstelling van illegaal verblijf en het strafbaar maken van hulp aan ongedocumenteerden. In Nederland leven volgens het WODC naar schatting zo’n 20.000 mensen zonder verblijfspapieren, vaak mensen van wie een asielverzoek is afgewezen maar die om terugkeerverstoring of andere redenen niet terugkeren.
Lokale opvangpunten en hulpverlening, zoals inloophuis Villa Vrede, de Tussenvoorziening en Vluchtelingenwerk, ondersteunen deze groep structureel: ze bieden advies tijdens procedures, slaapplekken bij vriesweer en begeleiding in asielprocedures. Hulporganisaties benadrukken dat veel mensen zonder papieren uiteindelijk na jaren alsnog recht krijgen op een verblijfsvergunning, en dat contact met hulpverleners essentieel is om gezondheidsrisico’s en maatschappelijke uitsluiting te voorkomen.
Een van de verworpen voorstellen legde hulpverleners een gevangenisstraf tot zes maanden op voor het bijstaan van ongedocumenteerden; een ander stelde strafbaarstelling van illegaal verblijf voor. Hulpverleners en gemeenten waarschuwden dat zulke regels mensen verder onder de radar zouden drijven, hen zouden ontmoedigen contact met politie of instanties te zoeken (zelfs bij aangifte of kleine verkeersovertredingen) en zo levens- en gezondheidsrisico’s zouden vergroten. Bestuurders van hulporganisaties spraken van onwerkbaarheid en morele onaanvaardbaarheid; meerdere gemeenten, waaronder Utrecht en Amersfoort, gaven al aan de plannen niet te willen uitvoeren.
Hoewel die twee voorstellen zijn afgewezen, nam de Eerste Kamer wel het zogenoemde tweestatusstelsel aan. Dat systeem maakt een onderscheid tussen vluchtelingen die worden vervolgd vanwege etniciteit, geaardheid of religie en mensen die vluchten voor algemeen geweld of natuurrampen — een wijziging die gevolgen kan hebben voor de beoordeling van asielaanvragen en de rechten die daarop volgen.
Kortom: voor hulporganisaties en een groot deel van de gemeenten is de onmiddellijke opluchting groot, maar de aangenomen tweedeling wijst op blijvende veranderingen in het asielbeleid die nader effect zullen hebben op zowel procedures als de positie van vluchtelingen.