Ook na de oorlog gebeurden er vreselijke dingen in Kamp Amersfoort: 'Mannen zochten hun oude bewakers op'
In dit artikel:
Nationaal Monument Kamp Amersfoort toont in de expositie Geen plaats voor verraders hoe het kamp onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog functioneerde als detentieplaats voor nazi’s, collaborateurs en verdachten van samenwerking. Directeur Mischa Bruinvels wijst erop dat de nasleep van de bevrijding chaotisch was: terwijl de regering de rechtsstaat probeerde te herstellen, heersten wraakgevoelens die leidden tot misstanden in gevangenschap.
Bezoekers krijgen veertien persoonlijke verhalen te zien die de spanningen van die periode verbeelden. Er waren keren waarop voormalige gevangenen tegenover hun oude bewakers stonden, met geweld en martelingen tot gevolg; niet iedereen overleefde dit. Ook onschuldigen, waaronder kinderen van een NSB-kamparts, zaten langdurig vast en werden mishandeld. Een in de tentoonstelling opgenomen schilderij van een gevangene die met de Duitsers samenwerkte, illustreert de gecompliceerde posities en onduidelijke lotgevallen van verdachten.
De boodschap van het museum is duidelijk: het toont de gevaren wanneer rechtspraak plaatsmaakt voor volksgericht, en benadrukt dat zowel slachtoffers als verdachten recht hebben op een eerlijk proces. De expositie wil bovendien gesprekken op gang brengen over familiële collaboratie — een relevante vraag voor naar schatting twee miljoen Nederlanders — en is te zien tot volgend jaar januari.