Online radicalisering jongeren: interventies doorbreken illusie van anonimiteit
In dit artikel:
De politie concludeert na nieuw onderzoek dat online radicalisering onder jongeren beter kan worden aangepakt als hulpverleners en autoriteiten de persoonlijke situatie van de jongere meenemen. Het Kenniscentrum CTER van de Landelijke Opsporing en Interventies onderzocht meerdere zaken rond online extremisme en presenteerde de bevindingen tijdens een symposium in Driebergen.
Volgens het onderzoek spelen bij een deel van de jongeren psychische problemen en een moeilijke thuissituatie mee, zoals een eenoudergezin, huiselijk geweld of middelengebruik thuis. Die achtergrond helpt om een passende aanpak te kiezen. In situaties zonder directe dreiging blijken lichte maatregelen vaak genoeg, zoals een stopgesprek of een Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (PGA-R). Na zo’n ingreep zou 75 tot 90 procent van de betrokken jongeren het extremisme hebben losgelaten.
CTER-topman Youssef Ait Daoud benadrukt dat er steeds vaker minderjarigen in de onderzoeken opduiken. Jongeren zoeken vaak eerst online naar ideeën die al bij hun interesses passen, zoals jihadisme of rechts-extremisme, en belanden daarna relatief eenvoudig in afgesloten netwerken waar extreem gewelddadige inhoud circuleert. Daar worden onder meer aanslagen besproken en handleidingen voor bommen gedeeld.
De politie ziet vooral effect in samenwerking met partners zoals gemeenten, de Raad voor de Kinderbescherming, de NCTV, de GGZ en het Landelijk Steunpunt Extremisme. Volgens Ait Daoud helpt een persoonlijke, gezamenlijke aanpak om jongeren eerder uit radicale online kringen te halen.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'