OM eist 11 jaar cel voor Utrechtse arts Sarah V. in hoger beroep
In dit artikel:
Het Openbaar Ministerie eist in hoger beroep 11 jaar gevangenisstraf tegen de Utrechtse arts Sarah V. Zij wordt verdacht van een poging tot moord op haar pasgeboren dochter en van het voorbereiden van een moord en van zware mishandeling. Volgens het OM kreeg het meisje in de eerste levensmaanden verdunde borstmelk toegediend waarin het middel loperamide zou zijn verwerkt; dat middel kan bij zuigelingen ernstige verstoppingen en hartritmestoornissen veroorzaken. Door de verdunde, voedingsarme melk zou het kindje ook te weinig gegroeid zijn.
De rechtbank Midden-Nederland legde haar eerder al een celstraf van 11 jaar op; Sarah V. ging tegen die uitspraak in beroep. In eerste aanleg werd zij aanvankelijk ook verdacht van zware mishandeling van haar zoontje, maar daarvoor werd ze vrijgesproken. In het hoger beroep draait de zaak nu uitsluitend om de beschuldigingen rond de dochter; de inhoudelijke behandeling werd volledig overgedaan met nieuwe onderzoekswensen en deskundigenrapporten.
De verdenking van voorbereiding van moord vloeit uit het feit dat er volgens het OM nog meerdere porties verdunde en potentieel giftige melk op voorraad waren, waardoor het niet bij één handeling zou zijn gebleven. De verdachte heeft de aantijgingen steeds ontkend.
Kort voor het hoger beroep werd haar voorlopige hechtenis geschorst, waardoor ze de procedure in vrijheid mag afwachten onder strikte voorwaarden: alleen tussen 08.00 en 19.00 uur thuis bij haar kinderen en uitsluitend onder begeleiding van haar partner of een ander familielid, en zij mag hen geen eten, drinken of medicijnen geven. Het is nog niet bekend wanneer de rechtbank in hoger beroep vonnis zal wijzen.