Kleine basisscholen in Utrecht kwetsbaar: gesprekken over samenwerken of fuseren
In dit artikel:
In Utrecht staan steeds meer kleine basisscholen onder druk; schoolbesturen voeren inmiddels in meerdere wijken gesprekken over fusies, samenwerking en herverdeling van leerlingen. Dat blijkt uit recente antwoorden van het college op schriftelijke vragen van GroenLinks en PvdA naar aanleiding van de sluiting van basisschool Op Avontuur in Lunetten. Herschikkingsgesprekken lopen onder meer in Overvecht, Zuidwest, Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern; Noordwest volgt later.
De aanleiding is dat veel locaties te klein zijn om zelfstandig duurzaam te blijven. Een gemeentelijke inventarisatie vorig jaar wees uit dat 24 Utrechtse scholen onder de formele opheffingsnorm van 191 leerlingen vallen; dat betreft in totaal veertig schoollocaties, ongeveer een derde van alle basisschoollocaties in de stad. De gemeente pleit voor meer ‘robuuste’ scholen en stimuleert samenwerking of fusies, omdat grotere organisaties volgens het college beter in staat zouden zijn om kwaliteit te waarborgen en het lerarentekort te bestrijden. De uiteindelijke beslissingen over sluiting of fusie liggen echter bij de individuele schoolbesturen; de gemeente heeft alleen een adviserende rol bij fusies.
De sluiting van Op Avontuur veroorzaakte veel verontwaardiging in Lunetten: ouders en de medezeggenschapsraad bekritiseerden het tijdstip en de communicatie rondom het besluit. De gemeente houdt de inhoudelijke beoordeling van dat proces bij het schoolbestuur, maar benadrukt dat scholen ouder(s) en leerlingen eerst persoonlijk moeten informeren vóór publieke bekendmaking. Volgens het college is Op Avontuur een voorbeeld van een school die te klein werd en waar geen haalbare fusie of samenvoeging kon worden gevonden. Alle leerlingen hebben inmiddels een nieuwe plek gevonden, vooral op De Spits, De Klim en De Blauwe Aventurijn.
De sluiting raakt ook het buitenschoolse aanbod: veel activiteiten van Op Avontuur vielen buiten de klas plaats en trokken ook kinderen van andere scholen. Een deel daarvan liep via Brede School Zuid; dat netwerk blijft bestaan, maar niet alle wijkscholen zijn aangesloten, waardoor niet alle voormalige leerlingen automatisch dezelfde naschoolse activiteiten behouden. De gemeente onderzoekt nu meerdere opties voor het voormalige schoolgebouw, waaronder een integraal kindcentrum met ruimte voor buitenschoolse voorzieningen en maatschappelijke functies, en betrekt omliggende scholen bij dat onderzoek.