Na eenzame uitvaart weet Nigeriaanse ambassade nog niets over overleden landgenoot
In dit artikel:
Een 43-jarige Nigeriaanse man, aangeduid als meneer O., overleed vorige week en werd in stilte begraven op begraafplaats St. Barbara in Utrecht. De Nigeriaanse ambassade zegt niet op de hoogte te zijn gebracht en heeft daardoor geen kans gehad om nabestaanden te informeren of op te sporen. De ambassade hoopt alsnog contact te krijgen met de familie.
De zaak liep via verschillende instanties: het lichaam werd onderzocht in het politiemortuarium in Nieuwegein, waarna de gemeente Nieuwegein de afhandeling overnam en de uitvaart liet uitvoeren via Werk in Inkomen Lekstroom (WIL), dat een externe uitvaartondernemer inhuurt. WIL verwijst naar de Wet op Lijkbezorging, waarin staat dat bij het zoeken naar nabestaanden geen bovenmatige inspanningen verwacht mogen worden. Stichting Eenzame Uitvaart-coördinator Joris van Casteren keurt dat af; hij vindt dat het bellen van de ambassade een minimale, morele plicht is, zeker bij iemand die zo jong is overleden.
Gemeente Nieuwegein en gemeente Utrecht geven elkaar de verantwoordelijkheid voor het informeren van de ambassade: Nieuwegein stelt dat Utrecht, waar de man overleed, de ambassade had moeten inlichten, terwijl Utrecht wijst op Nieuwegein als opdrachtgever van de uitvaart. De politie meldt dat uit onderzoek blijkt dat er geen misdrijf is gepleegd en ziet daarmee haar rol als afgerond. In het artikel wordt ook gewezen op het Weense verdrag, waarvoor geldt dat bij overlijden in het buitenland contact met de ambassade van de nationaliteit gezocht moet worden.
Uit privacyoverwegingen publiceert RTV Utrecht de volledige naam van de overledene niet. De zaak roept vragen op over wie verantwoordelijk is voor het informeren van buitenlandse ambassades en over de mate van inzet die gemeenten tonen om nabestaanden te bereiken.