Mishandeld en vernederd als 'de beul van Amersfoort', maar was Dirk Jan Donk dat wel?

zaterdag, 9 mei 2026 (08:50) - RTV Utrecht

In dit artikel:

De foto van Dirk Jan Donk die na de bevrijding in mei 1945 vernederd door Utrecht wordt gereden, behoort tot de meest bekende beelden van die dagen. Op 8 mei 1945 halen voormalige verzetsmensen de 29‑jarige Donk uit zijn woning aan de Bemuurde Weerd O.Z.; zijn haren worden afgeschoren, er worden tekens op zijn gezicht aangebracht, hij krijgt een vlaggetje in zijn handen en een kartonnen bord omgehangen waarop hij zichzelf laten schande moet maken. Fotograaf G.J. Lauwers legt de arrestatie en de optocht vast, onder meer voorbijkomend bij het badhuis aan het Willem van Noortplein.

Donk was tijdens de oorlog lid van de NSB en werkte vanaf januari 1945 als bewaker in Kamp Amersfoort. In dat kamp, waarin tussen 1941 en 1945 ongeveer 47.000 gevangenen zaten, vielen volgens registratie 662 slachtoffers door executie, moord, actieve verwaarlozing of mishandeling door Duitse en Nederlandse bewakers. Verstekelingen en buurtbewoners beschuldigden Donk van betrokkenheid bij die misstanden; het publiek noemde hem de “beul van Amersfoort”.

Het recent gedigitaliseerde naoorlogse strafdossier in Het Utrechts Archief maakt zijn kant van het verhaal en het juridische vervolg duidelijker. Donk bevestigt dat hij uit armoede NSB‑lid werd en via die weg werk kreeg als bewaker van leegstaande panden; het kampwerk was een betaalde baan (ongeveer 40 gulden per week) voor iemand die anders nauwelijks inkomsten had. Hij verklaarde geen direct contact met gevangenen te hebben gehad en alleen perimeterbewaking en wachtposten te vervullen; hij zei wel getuige te zijn geweest van harde behandeling en vertelde incidenteel kleine hulp te hebben geprobeerd, bijvoorbeeld door uitgepikte sigaretten naar gevangenen te gooien. Onderzoek na de oorlog leverde geen bewijzen op dat hij gevangenen heeft mishandeld of geëxecuteerd; oudgevangenen en oproepen in kranten leverden geen belastende getuigenissen op.

Toch oordeelde de rechtbank dat Donk de vijand had geholpen; hij kreeg vier jaar gevangenisstraf maar werd in september 1947 vervroegd vrijgelaten. Daarna werkte hij als metaalarbeider en overleed op 22 november 1963, 47 jaar oud.

Een tragische nasleep speelde zich af rond zijn weduwe Tine: in januari 1978 werd zij in haar woning aan de Krugerstraat tijdens een uit de hand gelopen ruzie doodgewurgd door een man die zij van een café had meegenomen. De dader werd later tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Het dossier en de foto bieden een venster op hoe woede en recht na de bevrijding konden samenvallen: Donks rol als NSB‑bewaker was duidelijk, maar het recht kon niet bewijzen dat hij de beruchte “beul” was waar de menigte hem toen voor hield.