Meeste Utrechtse gemeenten doen te weinig voor de spreidingswet
In dit artikel:
Uit cijfers van opvangorganisatie COA (opgevraagd door Nieuwsuur, stand 20 mei) blijkt dat precies de helft van de 26 Utrechtse gemeenten volgens de spreidingswet nog helemaal geen permanente asielopvang levert. De wet, die op 1 februari 2024 inging, verlangt dat gemeenten structurele opvangplaatsen beschikbaar hebben die minimaal tot 31 december 2028 beschikbaar blijven; kortdurende noodlocaties en opvang voor Oekraïners tellen daar niet bij. Daarom worden gemeenten die onder de norm blijven deze week verzocht om uitleg aan asielminister Hugo van den Brink; hij zegt niet alle gemeenten te spreken maar wil wel bij meerdere navragen.
Op provinciaal niveau is er een sterke scheidslijn: 13 gemeenten hebben geen enkele vaste plek geregistreerd (De Bilt, Bunnik, Bunschoten, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Wijk bij Duurstede en Woudenberg). Andere gemeenten vullen slechts een deel van hun taak — bijvoorbeeld Soest (1%: 3 van de gevraagde 263 plaatsen), Stichtse Vecht (32%), Vijfheerenlanden (46%), Amersfoort (83%) en Utrecht stad zelf (81%). Aan de andere kant zijn er gemeenten die ruim meer plaatsen hebben dan hun aandeel: Utrechtse Heuvelrug is koploper met 230% — 661 plekken tegenover een norm van 287 — gevolgd door Leusden (129%), Zeist (125%), Baarn (109%) en Eemnes (108%).
Het verschil tussen gemeenten ontstaat vaak doordat sommige gemeenten al een groot asielzoekerscentrum binnen de gemeentegrenzen hebben (bijvoorbeeld het AZC in Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug). Veel andere lokale initiatieven strandden of lopen vertraging op: in Houten ging een plan voor een voormalig kantoorpand aan de Essenkade niet door; De Bilt onderzoekt al lange tijd de mogelijkheid van een AZC op het Berg en Bosch-terrein; Bunschoten en meerdere andere gemeenten geven aan nog actief naar geschikte locaties te zoeken. Enkele gemeenten openden of bereiden noodopvanglocaties voor — zoals Soest recent — maar die locaties zijn volgens de wet niet meetellend als permanente capaciteit.
Kort samengevat: de spreidingswet is nog steeds van kracht en zorgt voor verdeeldheid in Utrecht: een deel van de gemeenten draagt fors bij, terwijl precies de helft voorlopig geen structurele opvangplekken levert en daardoor verantwoording moet afleggen aan het ministerie.