Maarten van Rossem over vaccineren: 'Hoe ze vaccins produceerden in Bilthoven was echt wereldberoemd'

zaterdag, 16 mei 2026 (16:21) - RTV Utrecht

In dit artikel:

Maarten van Rossem onderzoekt samen met medisch historicus Martijn van der Meer de geschiedenis van vaccineren tijdens een bezoek aan het RIVM in Bilthoven. De praktijk gaat terug tot eind 18e eeuw, toen de Engelse arts Edward Jenner ontdekte dat melkmeisjes die infecties met koepokken hadden doorgemaakt beschermd bleken tegen de veel dodelijkere mensenpokken — vandaar het woord vaccin, afgeleid van het Latijnse vacca (koe).

In Nederland begon het Rijksvaccinatieprogramma in 1957, grotendeels als reactie op een zware polio-epidemie in 1956 met ongeveer 2.200 slachtoffers; de introductie van het poliovaccin leidde tot een sterke daling van besmettingen. Tegenwoordig krijgen kinderen al vanaf drie maanden hun eerste prik en zijn zij voor hun achttiende beschermd tegen veertien ernstige infectieziekten, zoals kinkhoest en mazelen.

Het RIVM speelde lange tijd niet alleen een coördinerende maar ook een producerende rol: op het grote terrein in Bilthoven werden dieren — vooral schapen en paarden — gebruikt om antistoffen te kweken, waaruit serum voor vaccins werd gewonnen. Inmiddels koopt het instituut vaccins in.

Vaccinatie beschermt niet alleen het individu tegen ernstig ziekteverlies of overlijden, maar beperkt ook de verspreiding in de samenleving. Dat maakt het, zo betogen Van Rossem en Van der Meer, niet louter een persoonlijke keuze maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid — een discussie die al sinds het begin van het programma bestaat en recent weer opgelaaid is tijdens de coronacrisis.