Na Bollendak-ophef klinkt roep om de Spaanse harde hand: 'Past niet bij Nederland'
In dit artikel:
In Utrecht is een discussie opgelaaid over de manier waarop politiegeweld in Nederland wordt beoordeeld, nadat beelden van een ingreep bij het Bollendak breed werden gedeeld. De Commissie Geweldsaanwending concludeerde snel dat de aanhouding gerechtvaardigd was, maar dat een deel van het toegepaste geweld anders had gekund. De betrokken agent kreeg daarna bedreigingen: zijn foto, naam en adres werden online gezet, waarna hij en zijn gezin elders ondergebracht zijn.
Patrick Fluyt, bestuurder van politiebond ACP, waarschuwt dat het verlangen naar een hardere aanpak — zoals die soms wordt geprezen bij de Guardia Civil in Spanje, Italië of de Verenigde Staten — niet zonder nadelen is. Hij stelt dat de Nederlandse politie traditioneel inzet op benaderbaarheid en de-escalatie; verbaal optreden en vakmanschap vormen de voorkeur boven direct fysiek ingrijpen. “Be careful what you wish for,” zegt Fluyt: een agressievere stijl verandert fundamenteel de verhouding tussen burger en politie en kan leiden tot ernstige gevolgen, ook voor onschuldigen.
Fluyt benadrukt dat beelden op social media vaak context missen: incidenten gaan vooraf door oplopende spanningen, onwil of provocatie, iets wat in korte fragmenten niet zichtbaar is. Dat gebrek aan context voedt scherpe kritiek en polarisatie, en soms zelfs bedreigingen richting agenten — iets wat volgens hem de grens van acceptabel maatschappelijk gedrag overschrijdt. Hij roept op tot reflectie: klagen of aangifte doen is toegestaan, maar intimidatie en bedreiging niet.
Of de betrokken agent terugkeert naar zijn oude dienstplek hangt volgens Fluyt vooral van hemzelf af; ook is er begeleiding vanuit de organisatie en steun van collega’s en lokale ondernemers. Fluyt sluit af dat de meeste Nederlanders nog steeds achter de politie staan, maar waarschuwt dat het karakter van politiewerk verandert als de samenleving meer fysieke repressie gaat eisen.