Geen eigen plantages of vervoer van tot slaaf gemaakten, maar provincie profiteerde wel van kolonialisme

donderdag, 28 mei 2026 (11:04) - RTV Utrecht

In dit artikel:

Onderzoek van de Universiteit Utrecht onder leiding van historicus Alberto Feenstra toont aan dat de provincie Utrecht indirect betrokken was bij het slavernijverleden. De vroegere Staten van Utrecht waren geen directe eigenaar van koloniën, plantages of slavenhandelende schepen, maar ze participeerden wel in het bredere koloniale systeem en probeerden er economisch van te profiteren — al waren die ambities minder succesvol dan gewenst.

In 1720 richtten ze de Provinciale Utrechtsche Geoctroyeerde Compagnie op, oorspronkelijk bedoeld om een kanaal naar de Zuiderzee te graven. Toen dat project niet doorging, stapte de compagnie over op koloniale activiteiten: ze bezat een koffieplantage in Suriname, een suikerraffinaderij en was betrokken bij het verschepen van ruim duizend tot slaaf gemaakten. Daarnaast kochten de Staten aandelen in de VOC en stuurden ze afgevaardigden naar de handelskantoren in Amsterdam om meer invloed en directe economische belangen te verkrijgen.

Feenstra benadrukt dat de Utrechtse ambities expliciet waren, maar dat de realisatie beperkt bleef; de VOC en WIC bleken belangrijker in de slavenhandel en koloniale winstneming. Gedeputeerde Rob van Muilekom zegt dat het onderzoek bijdraagt aan begrip en bewustwording van die rol en past in de provinciebrede inzet voor een rechtvaardigere samenleving. In 2023 bood de provincie formeel excuses aan voor het slavernijverleden, ter gelegenheid van 150 jaar afschaffing (1863). Jaarlijks wordt op 1 juli de afschaffing gevierd; 30 juni is de Dag van de Bezinning. Ter context: tijdens ongeveer drie eeuwen trans-Atlantische slavenhandel werden circa 12 miljoen Afrikanen naar de Nieuwe Wereld gebracht; Nederland speelde daarin een substantiële rol.