Jeuk en irriterende brandharen: overlast eikenprocessierups komt eraan

woensdag, 6 mei 2026 (06:35) - RTV Utrecht

In dit artikel:

In provincie Utrecht zijn de eikenprocessierupsen dit jaar uitzonderlijk vroeg actief: de eerste dieren kwamen al op 23 maart uit het ei, een nieuw record. Door het warme, droge voorjaar ontwikkelden ze zich snel; bioloog Arnold van Vliet (Wageningen University) verwacht dat de eerste overlast vanaf half mei zichtbaar wordt. De eerste waarnemingen deden zich voor in Hengelo.

Gemeenten zijn nog terughoudend met grootschalige bestrijding. In Nieuwegein, waar vorig jaar een sterke toename plaatsvond, worden nestjes tot nu toe alleen verwijderd bij controles; vorig jaar zette de gemeente ook speciale stofzuigers in om nesten met rupsen te verwijderen. De gemeente Utrecht zet vooral in op ‘natuurlijke’ maatregelen: het aantrekken van natuurlijke vijanden (zoals gaasvliegen en mezen) door aangepast maaibeheer, bloemen en vogelbosjes te planten, zodat poppen en rupsen zoveel mogelijk biologisch worden bestreden.

De rups veroorzaakt klachten door brandharen die pas vanaf het vierde larvestadium aanwezig zijn; die haren irriteren huid, ogen en luchtwegen. Haren blijven bovendien achter in oude nesten en kunnen bij vervellen of wanneer nesten naar beneden vallen verspreid raken — een risico voor mensen die in het gras liggen en voor grazend vee. Het seizoen loopt door tot juli.

De GGD Leefomgeving adviseert preventieve maatregelen: lange kleding dragen, nesten en rupsen niet aanraken, afstand houden van besmette bomen en dieren uit de buurt houden. Van Vliet waarschuwt dat bestrijding zorgvuldig moet gebeuren: methoden als spuiten met bacteriën of het uitzetten van nematoden doden ook andere rupsen en kunnen ecologische schade veroorzaken. Wel is het belangrijk om nesten, vooral op risicolocaties zoals recreatiegebieden, festivals of dicht bij woningen, actief in kaart te brengen en indien nodig te verwijderen. Op basis van vlinderregistraties vorig jaar verwacht Van Vliet meer rupsen dan in 2024, maar geen herhaling van de extreme plaag van 2019.