Eddy Zoëy volgt halsbandparkieten naar hun slaapplaats: 'samen slapen betekent minder kans dat jij een snack voor een roofvogel bent'
In dit artikel:
In Utrecht trekt presentator Eddy Zoëy de komende weken vlak voor het donker met verrekijker de binnenstad in om halsbandparkieten naar hun slaapplaatsen te volgen. Hij hoort bij de bewonderaars van de kleurrijke vogels — “kijk nou, die kleur!” — maar ornitholoog Jip Louwe Kooijmans bekijkt ze vooral als interessant voorbeeld van een geslaagde stadsinvasie.
De halsbandparkiet (oorspronkelijk uit delen van Afrika en India) profiteert van de veranderde vogel‑woningmarkt: bonte spechten hakken steeds vaker in stadsparken nestgaten, waarna parkieten de lege holen overnemen en aanpassen; daarna kunnen kauwen het weer inpikken. Sinds de aanleg van veel recreatiegebieden na de Tweede Wereldoorlog trokken deze soorten de stad in, waardoor de parkieten zich sterk konden uitbreiden.
Nationaal zijn er ongeveer 30.000 halsbandparkieten, in Utrecht zo’n 1.300 stuks; dat maakt de stad ‘vol’, zodat ze uitwijken naar plaatsen als Nieuwegein en Zeist. Tuinbezitters merken dat aan vraatschade (bijvoorbeeld kersenbomen) en aan het leeggeroofde wintervoedsel voor mezen en merels. Het meest indrukwekkend is de avondtrek: groepen tot circa 1.000 vogels volgen vaste routes naar gezamenlijke slaapplaatsen en maken vlak voor donker enorm veel lawaai — waarna het ineens stil is. Samen slapen helpt bij veiligheid, informatie-uitwisseling en partnerkeuze.
Let bij waarnemen op andere groene exoten: de grotere Alexanderparkiet oogt rustiger en ‘papegaaiachtig’, de zeldzame Monniksparkiet heeft een grijs kapje. Voor een goed uitzicht kun je een halfuur voor schemering plaatsnemen aan plekken als de Weerdsingel of het Tolsteegplantsoen.