Eddy Zoëy over zwanen: wat is waar van de mythe dat zwanenkoppels altijd samen blijven?
In dit artikel:
In de Eempolder bij Bunschoten spreekt Eddy Zoëy met vogelexpert Adriaan Sleeuwenhoek over zwanen, een vogel die al eeuwen tot de verbeelding spreekt. De natuurkundige kant blijkt minstens zo bijzonder als de mythes. Zoëy hoort dat het in Nederland tot in de jaren zestig slecht ging met de zwaan door vervuiling en jacht, maar dat de populatie daarna herstelde en inmiddels stabiel is. Ook de bekende overtuiging dat zwanen levenslang samenblijven, klopt grotendeels: sterft één partner, dan kan de overgebleven zwaan jarenlang rouwen voordat hij of zij een nieuwe partner zoekt.
Sleeuwenhoek legt verder uit dat Nederland vier zwaansoorten kent: de wilde zwaan en kleine zwaan zijn wintergasten, de zwarte zwaan is een uit Australië afkomstige exoot en de knobbelzwaan is hier het hele jaar door aanwezig. In deze tijd van het jaar zijn de jongen al groter, al zijn de nesten nog herkenbaar aan de families met meestal vijf tot zeven jongen. Opvallend is dat niet alle kuikens hetzelfde dons hebben: sommige zijn grijs, andere meteen wit.
Ook de opvallende knobbel op de kop van de knobbelzwaan komt aan bod. Die blijkt geen praktische functie te hebben, maar vooral een rol te spelen in de aantrekkingskracht op vrouwtjes: hoe groter de knobbel, hoe aantrekkelijker het mannetje. Tot slot waarschuwt Sleeuwenhoek dat zwanen territoriaal zijn, vooral rond nesten en jongen, en dat je ze beter op afstand kunt houden. Het verhaal dat één vleugelslag een arm kan breken, is volgens hem wel een mythe.
Vandaag Inside: Raymond Mens reageert op uitspraken Albert Verlinde: 'Hij slaat de plank een beetje mis...'