Eddy Zoëy over hoe trappetjes de vissen redden
In dit artikel:
Onder het water van sloten, beken en rivieren in de provincie Utrecht speelt zich een stille massareis af: vismigratie. Omdat na de Tweede Wereldoorlog sluizen, stuwen, dammen en gemalen de routes van trekvissen als zalm en steur blokkeerden, liepen visstanden sterk terug. Volgens waterecoloog Wilco de Bruijn trekken eigenlijk alle vissen, maar het probleem is vooral groot voor soorten die tussen zoet en zout water heen en weer bewegen.
De provincie heeft dat de afgelopen jaren aangepakt met inmiddels honderden vistrappen en passages. Een opvallend voorbeeld ligt bij de stuw van Hagestein, waar een stromende visbeek met verschillende niveaus vissen om de stuw heen leidt. Zo kunnen ze in het voorjaar stroomopwaarts naar ondiep, warm water om zich voort te planten en later weer terug naar dieper water. Bij gemalen en polders wordt gewerkt met een kunstmatige lokstroom, die vissen instinctief volgt zodat ze veilig verder kunnen trekken.
De uitleg gaat ook over de tuinvijver: als zelfs vijvervissen migratiegedrag vertonen, kunnen particulieren helpen door een diepe zone van minstens 80 centimeter aan te leggen, inheemse waterplanten te zetten en wat natuurlijk slib toe te voegen. Daarmee krijgen vissen beschutting, schaduw en een betere start in hun leefomgeving.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'