Discriminatie onder woonwagenbewoners aan de orde van de dag: 'Minder waard dan andere minderheden'
In dit artikel:
De lokale en landelijke overheid hebben volgens nieuw onderzoek van de Nationale Ombudsman nog te weinig gedaan met aanbevelingen om discriminatie van Sinti, Roma en reizigers tegen te gaan. Ombudsman Reinier van Zutphen mist negen jaar nadat de problemen voor het eerst werden vastgesteld nog altijd urgentie bij de overheid.
Een belangrijk probleem is het tekort aan woonwagenstandplaatsen. In de afgelopen drie jaar kwamen er landelijk slechts 99 plekken bij, terwijl naar schatting 4.000 tot 8.000 extra standplaatsen nodig zijn. Gemeenten wijzen daarbij onder meer op hoge kosten, weerstand van omwonenden en politieke onwil. Het beleid om woonwagenlocaties te laten verdwijnen werd in 2018 formeel beëindigd, maar volgens betrokkenen is daar in de praktijk weinig van te merken.
In Baarn staat de 31-jarige Piet Keijzer al bijna veertien jaar ingeschreven voor een standplaats. Hoewel de gemeente ruimte ziet voor een nieuwe locatie, zou die pas over ongeveer tien jaar beschikbaar zijn. Vorig jaar stonden in Baarn twaalf mensen op de wachtlijst; in Utrecht waren dat er in 2021 ongeveer 130. Keijzer zegt dat de lange wachttijd hem noodzaakt naar een particuliere huurwoning te zoeken, waardoor volgens hem de woonwagencultuur afbrokkelt.
Geïnterviewde Sinti en reizigers ervaren de achterstand als overheidsdiscriminatie en voelen zich onvoldoende gehoord. Zij vinden dat hun gemeenschappen sterker moeten worden betrokken bij beleid dat hen aangaat. De Ombudsman benadrukt dat voldoende standplaatsen nodig zijn om hun mensenrechten en gelijke behandeling te waarborgen.
Vandaag Inside: Johan Derksen ziet mogelijke vervanger van René Froger bij De Toppers: 'Die past er het beste bij!'