Dichter-vertaler Jan van der Haar: een jeugd vol tegenstellingen
In dit artikel:
Dichter-vertaler Jan van der Haar (geboren 15 augustus 1960 in Sint‑Maartensdijk) vertelt over een leven waarin tegenstellingen voortdurend samenkomen: streng calvinistische opvoeding en een huis vol boeken, artistieke neigingen naast religieuze plichtsbesef, en een carrière die zich ontwikkelde van docent naar fulltime vertaler en stadsdichter. Sinds dit jaar is hij gildemeester van het Utrechtse Stadsdichtersgilde.
Zijn vader, predikant binnen de Gereformeerde Bond, oefende een dominante invloed uit en bepaalde veel van het thuisleven: een christelijke school die hij stichtte, vaste opvattingen over geloof en opvoeding, en soms harde botsingen met de kinderen. Tegelijkertijd deelden vader en zoon een liefde voor boeken en cultuur; het huis stond vol theologie maar ook moderne literatuur en kunstboeken. Van der Haar spreekt over die invloed met gemengde gevoelens: kritische ironie in zijn werk, maar ook dankbaarheid voor de achtergrond die hem vormde.
Op zijn zesde verhuisde het gezin naar Achterberg (bij Rhenen), waarna het jongere Van der Haar later naar het Christelijk Gymnasium in Utrecht ging. Die schooltijd omschrijft hij als ambivalent: uitstekend onderwijs en tegelijk het moeilijk gevoel van een buitenstaander zijn, gepest worden en in conflict raken tussen een verlichte schoolcultuur en het strenge thuis. Op de middelbare school ontwikkelde zijn literaire belangstelling zich; het dichten begon pas tijdens zijn studietijd.
Na een moeizaam begin met de studie Nederlands nam hij een tussenjaar, deed auditie voor de toneelschool en kreeg het advies meer met taal te doen. Dat leidde tot studie Italiaans, een ontdekking die hem langszij zijn liefde voor Italië en de taal bracht. Aanvankelijk was zijn vader tegen de keuze — uit vrees voor contact met katholieken — maar familieargumenten over toekomstmogelijkheden maakten het mogelijk. De verhuizing naar Utrecht en de studententijd betekenden voor Jan een openbaring: zelfstandig wonen, nieuwe vrienden, en snel betrokken raken bij lesgeven en vertalen.
Zijn vertalersloopbaan begon praktisch in 1988 met medewerking aan een Italiaanse catalogus voor het Van Gogh Museum en kreeg een doorbraak toen uitgeverij Veen hem vroeg Aldo Busi’s Over de jeugd te vertalen. Die klus was voor hem zowel droom als ontwrichting: het boek schudde zijn zekerheden los en betekende een keerpunt. Sinds 2000 werkt Van der Haar voornamelijk als vertaler; hij heeft meer dan zeventig boeken uit het Italiaans in het Nederlands gebracht van bekende schrijvers en voelt zich soms zelf ook een workaholic, zoals zijn vader.
Naast vertalen blijft poëzie zijn persoonlijke drijfveer. Hij werkt liefst ’s avonds en ’s nachts — die uren leveren hem creativiteit en concentratie — en schrijft gedichten die vaak teruggrijpen op klassieke en Bijbelse thema’s, een nalatenschap van zijn gymnasiumopleiding. Van der Haar waardeert de korte, geconcentreerde vorm van het gedicht: iets in één nacht kunnen vastleggen en er later aan sleutelen geeft hem geluk.
Als stadsdichter en gilde‑lid draagt hij ook maatschappelijk bij: hij schrijft gedichten voor het project Eenzame Uitvaart, waarmee mensen zonder familie toch een waardig afscheid krijgen. Over de dood heeft hij vroeger meer angst gehad; inmiddels probeert hij luchtiger over het onderwerp te schrijven, al koestert hij de wens om op een waardige manier zelfstandig te blijven zolang dat mogelijk is.
Actuele projecten tonen de breedte van zijn belangstelling: samen met vertaler Robert Dorsman werkt hij aan de poëzie van de Zuid‑Afrikaanse dichter Antjie Krog, en recent rondde hij de vertaling af van het vijfde deel in Antonio Scurati’s serie over Mussolini — een werk dat de gruwelijkheden van het fascisme behandelt en waarvoor hij zich bewust afstand moest bewaren. Hij geeft af en toe gastcolleges aan de Universiteit Utrecht en waarschuwt toekomstige vertalers: vertalen is een prachtig vak, maar het kan je opslokken als je er niet mee leert omgaan.
Kort samengevat is Jan van der Haar een product van een ambivalente opvoeding die hem enerzijds beperkte en confronteerde, en anderzijds voedde met cultuur en taal. Die paradoxen kenmerken zowel zijn werk als zijn kijk op leven en dood, en verklaren waarom hij zowel als vertaler van omvangrijke romans alsmaker van intieme poëzie zichtbaar is in het literaire landschap.