Deze dorpen zagen hun winkels, horeca en scholen verdwijnen: 'Haalt de ziel uit het dorp'
In dit artikel:
Onderzoek van RTV Utrecht, in samenwerking met regionale omroepen en CBS-cijfers, laat zien dat in de provincie Utrecht kleine dorpen steeds vaker voorzieningen verliezen. Hekendorp (gemeente Oudewater) en Baambrugge (gemeente De Ronde Venen) illustreren hoe sluitingen van scholen, cafés, winkels en snackbar het dorpsleven aantasten — en hoe bewoners daarop reageren.
In Hekendorp zoekt de gemeenschap haar toevlucht tot buurthuis De Boezem, waar elke woensdag mensen samenkomen voor koffie en zelfgebakken cake. Dat is nodig sinds het café en vooral de dorpsschool OBS Goejanverwelle in 2022 dichtgingen; de school bestond bijna driehonderd jaar. De dichtstbijzijnde basisschool ligt nu vier kilometer verder, in Haastrecht. Dorpsvoorzitter Jacques van der Horst waarschuwt dat het dorp minder aantrekkelijk wordt voor jonge gezinnen en pleit bij de gemeente om geld voor renovatie of nieuwbouw van het buurthuis vrij te maken.
In Baambrugge leidde het verdwijnen van de snackbar tot stil straatbeeld, maar bewoners grepen ook in toen de dorpswinkel dreigde te sluiten. Een groep startte een stichting en runde de winkel grotendeels op vrijwilligersbasis. De winkel fungeert nu als sociaal knooppunt en als cruciale voorziening: mensen komen er voor koffie en een praatje, en tijdens zware sneeuwval bleek hoe essentieel een lokale winkel is voor zelfredzaamheid.
Sociaal onderzoeker Suzan Christiaans (Rijksuniversiteit Groningen) benadrukt dat voorzieningen fungeren als ‘derde plekken’ waar gemeenschapsleven plaatsvindt. Het verdwijnen van één voorziening is vaak het begin van een cascade: eerst een winkel, dan café, snackbar en school — wat leidt tot verlies van sociale ontmoetingsplaatsen en symbolische plekken. Bovendien raakt het vooral kwetsbare groepen: mensen zonder auto, ouderen, jongeren en huishoudens met laag inkomen.
Christiaans wijst erop dat dorpen waarin inwoners de middelen en kennis hebben om burgerinitiatieven en subsidieaanvragen te organiseren, vaker voorzieningen in stand kunnen houden. Waar dat ontbreekt, verloopt leegloop sneller. Haar conclusie: gemeenten zouden actief moeten luisteren naar dorpsbehoeften en financieel ondersteunen (bijvoorbeeld voor huur of stookkosten van dorpshuizen) om de leefbaarheid op lange termijn te beschermen.
Kortom: sluitende voorzieningen bedreigen het sociale weefsel van kleine dorpen, maar lokale initiatieven kunnen veel compenseren — mits er voldoende steun en middelen vanuit lokale overheden komen.