Compensatieregeling voor buschaos wordt slecht gevonden: 'Staat in een obscuur hoekje'
In dit artikel:
In april vroegen 708 reizigers in de provincie Utrecht een vergoeding aan voor uitgevallen bussen van vervoerders als Keolis en Transdev; ongeveer 175 van hen kregen daadwerkelijk geld terug. Volgens Transdev vielen veel meldingen buiten de voorwaarden van de regeling: vergoeding geldt alleen als er binnen 30 minuten geen alternatief was en bij veel klachten bleek wél vervangend vervoer beschikbaar.
Politieke partijen in Provinciale Staten, onder meer de Partij voor de Dieren, en reizigersorganisatie Rover zeggen dat de compensatieregeling te weinig zichtbaar is — reizigers moeten de betreffende pagina op de U-ov-website zien te vinden — en pleiten voor zichtbaarheid bij haltes, in reisapps en op informatieborden. Rover-vertegenwoordiger Daniel Bleumink wijst er bovendien op dat de eisen (zoals de grens van een half uur) het in stadsgebieden met frequent vervoer lastig maken om recht op vergoeding te krijgen; hij brengt dit onder de aandacht van het ROCOV.
Ter vergelijking: in april waren er circa 3,5 miljoen instappers in Utrecht Binnen (o.a. gemeente Utrecht, De Bilt, Zeist) en ruim 1,5 miljoen in Utrecht Buiten; in Utrecht Binnen vielen 15–18% van de ritten uit, in de buitengebieden ongeveer 3%. Gedeputeerde André van Schie erkende dat het lage aantal aanvragen deels door vindbaarheid verklaard kan worden, maar noemde ook het relatief kleine bedrag van een enkele rit als drempel voor melden.
De provincie voert volgende week gesprekken met vervoerders over verlenging van de regeling en betere communicatie; Transdev bevestigt dat die onderwerpen op de agenda staan, maar zegt nog niet te kunnen toezeggen of informatie straks ook in bussen en bij haltes zichtbaar wordt.