Cees van Gemerts Tour van 1926 (5)

maandag, 1 juni 2026 (12:08) - Nieuws030

In dit artikel:

Cees van Gemert, een 70‑jarige Utrechter, rijdt sinds eind april een 70‑daagse rondrit die de volledige route van de langste Tour ooit (Tour 1926, 5.745 km) volgt. Eind mei trof hij in Normandië en Bretagne uitzonderlijke hitte aan tijdens etappes die aansluiten op de historische Cherbourg–Brest‑rit van 405 km (in 1926 gewonnen door Joseph van Dam). Van Gemert legt dagelijks zijn ervaringen vast in een dagboek op Polarsteps.

Tijdens een rit naar Granville klaagde hij over de verzengende zon: “Ik zit helemaal in het rood.” Op een dag vertrok hij vroeg (7.15 uur) voor een etappe van meer dan 100 km met ruim 1.100 hoogtemeters, maar vanaf ongeveer 11 uur werd het kwellend heet en moest hij extra pauzes nemen; bij aankomst nam hij een twintig minuten durende koude douche om af te koelen. Daarnaast kreeg hij te maken met een haperende ketting, die dinsdag gerepareerd kon worden bij een herstelbedrijf op circa 30 km afstand. Op zijn rustdag bezocht hij toeristisch Mont‑Saint‑Michel en verbleef in Beauvoir.

Verder Bretagne in was de terreinvariatie groter dan in Normandië: lange, steile hellingen en veel korte, venijnige klimmetjes. Hij passeerde historische plaatsen als Dinan (waar hij ruim de tijd nam), Lamballe‑Armor, Yffiniac (geboorteplaats van Bernard Hinault) en Morlaix, en beschrijft Bretagne als minder geleidelijk dan hij had gehoopt — “kutheuvels” die afdalen op het grote verzet om vervolgens weer op de kleine te moeten klimmen. Aankomst in Brest gebeurde na een korte etappe; de stad viel hem tegen door grootschalige naoorlogse wederopbouw die hij als soberder en betonnerig ervaart, waarna hij overnachtte in een Ibis‑budget buiten het centrum.

Op zaterdag was Quimper een welkome, goed bewaarde middeleeuwse tussenstop; zondag 31 mei had hij ruim 2.400 km afgelegd en kwam hij rond half twaalf in Lorient aan. Ondanks een korte regenbui en een teleurstellende B&B‑locatie bij Auray, merkte hij dat de hitte minder werd en de zeewind voor verlichting zorgde. Overall: fysieke belasting door warmte en heuvels, een incidentele mechanische tegenslag, maar ook genieten van historische plekken en de afwisseling van de Bretonse kust.