Brief van pandeigenaar A, ofwel 'de Utrechtse bezwaarnaker'
In dit artikel:
Pandeigenaar A heeft de Utrechtse gemeenteraad een brief gestuurd over het langdurige Handhavingsdossier rond twee panden in de binnenstad. Hij vraagt de raad om uitleg over recente uitspraken van de Raad van State, die volgens hem een feitelijke tegenstrijdigheid bevatten. De kwestie heeft de gemeente volgens berichtgeving miljoenen euro’s aan juridische kosten gekost.
De voorgeschiedenis gaat terug tot verbouwingen in het naastgelegen pand B. Volgens A werd daar vanaf 1999 gewaarschuwd voor problemen aan muren en de constructie. In 2016 liet hij de achtergevel van zijn eigen pand verwijderen, omdat die volgens deskundigen ernstig verzakt en gescheurd was. Een jaar later bleek ook een keldermuur tussen de twee panden te zijn uitgebogen en verzakt, mogelijk door druk vanuit het gewelf van pand B. A zegt dat hij de gemeente om hulp vroeg, maar vervolgens lasten kreeg opgelegd om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
Vanaf 2018 legde het Utrechtse college hem dwangsommen op van eerst 12.500 euro en later 30.000 euro voor de keldermuur en 20.000 euro voor de achtergevel. Vergunningaanvragen voor herstel werden volgens A herhaaldelijk buiten behandeling gesteld. In 2019 liet de gemeente de keldermuur en een deel van de kelder zelf verbouwen via bestuursdwang. De kosten bedroegen ruim 217.000 euro, waarvan het grootste deel op A werd verhaald. Later liet de gemeente ook de achtergevel herstellen; daarvoor werd bijna 300.000 euro bij hem in rekening gebracht.
Op 15 juli 2026 deed de Raad van State uitspraak in tien samenhangende procedures over de dwangsommen, bestuursdwang, vergunningen en handhavingsverzoeken. Volgens de rechter bestaat de keldermuur uit een muur van kloostermoppen aan de kant van pand A en een later aangebrachte muur van waalstenen aan de kant van pand B. De waalstenenmuur zou slechts een voorzetwand zijn en geen dragende functie hebben. De kloostermoppenmuur werd daarentegen wel als bouwconstructie aangemerkt, maar zou op het moment van de aanschrijvingen al zodanig uitgebogen en technisch bezweken zijn dat deze niet meer aan de wettelijke eisen voldeed. Daarom mocht het college volgens de Raad van State handhavend optreden. De rechter stelde bovendien dat de gemeente de waalstenenmuur niet hoefde te onderzoeken.
A vindt die redenering onbegrijpelijk. Als zowel de kloostermoppenmuur als de waalstenenmuur geen dragende functie had, vraagt hij, waarop rustte dan de meer dan twaalf meter hoge scheidingsmuur tussen de panden? Hij wil van de gemeenteraad weten of die de uitspraak feitelijk juist vindt en vraagt de raad anders het college om uitleg te verzoeken. Als de uitspraak inderdaad op een feitelijke onjuistheid berust, wil A dat de gemeente de Raad van State vraagt de uitspraak vervallen te verklaren en de zaak opnieuw te behandelen.
In een naschrift benadrukt A dat hij eerder geen interviews wilde geven om een mediaproces te voorkomen. Hij verwerpt het beeld van de ‘Utrechtse bezwaarmaker’ en zegt dat juridische procedures nodig waren om zich te verdedigen tegen volgens zijn hulpverleners onjuiste besluiten. Zijn eigen schade zou veel groter zijn dan de ruim één miljoen euro aan verbeurde dwangsommen en volgens hem niet in geld zijn uit te drukken.
A vraagt daarnaast opnieuw om bescherming van zijn privacy. Hij zegt bedreigingen te hebben ontvangen en verwijt de gemeente dat zij zijn adresgegevens ondanks eerdere toezeggingen openbaar wilde maken. Volgens hem gaf de gemeente meer dan een half miljoen euro uit aan advocaten in procedures hierover, terwijl publicatie volgens hem eenvoudig had kunnen worden voorkomen. Hij verzoekt de ontvangers van zijn brief zijn naam en adres niet zonder toestemming te publiceren.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’