Binnendijk - Utregdikkies (12)

zaterdag, 31 januari 2026 (09:08) - Nieuws030

In dit artikel:

In 1967 begon Dik Binnendijk aan een biologieopleiding in Utrecht en twee jaar later verhuisde hij naar de stad. In zijn reeks “Utregdikkies” koppelt hij persoonlijke herinneringen aan plekken en gebouwen in Utrecht. Tijdens een wandeling vorig jaar merkte hij dat een hoekpand aan Nieuwegracht 187 werd verbouwd; op de zijmuur prijkt een gedicht van C.C.S. Crone. Dat gebouw huisvestte ooit delen van de universiteit, waaronder de sectie Biohistorie; later kreeg het de naam Miquelhuis en dient het nu als SSH-studentenhuisvesting.

Na een lange studieperiode — hij werd pas in 1979 afgestudeerd, mede door betrokkenheid bij milieu-activiteiten — kreeg Binnendijk in midden 1979 een deeltijdbaan (drie dagen per week) bij de nieuw gevormde afdeling Biologie en Samenleving (B&S) onder leiding van Ed Brouwer. De afdeling wilde ouderejaarsstudenten laten reflecteren op de maatschappelijke gevolgen van biologisch onderzoek. B&S zat aanvankelijk in een houten noodgebouw aan de Cambridgelaan in De Uithof en deelde die locatie met Beleidsgerichte Biologie (BB), een afdeling die zich richtte op de toepassing van biologisch onderzoek in beleidsvragen.

Brouwer vroeg Binnendijk een practicum voor eerste- en tweedejaars te ontwikkelen; drie eenheden werkten mee: B&S, Biohistorie en de Wijsbegeerte van de biologie. De meest zichtbare naam uit die laatste groep was prof. dr. Aristid Lindenmayer (1925–1989), een theoretisch bioloog van Hongaarse afkomst, bekend om onder meer zijn werk aan L‑systemen voor plantontwikkeling. De bedoeling was een gemeenschappelijk thema te kiezen — bijvoorbeeld plantenveredeling — en dit door historische, filosofische en maatschappelijke lenzen te laten onderzoeken: welke veredelingstechnieken bestonden en verdwenen, welke ethische grenzen gelden bij manipulatie van erfelijkheid, en welke maatschappelijke effecten hebben bestrijdingsmiddelen en verbeterde gewassen?

De samenwerking met Biohistorie verliep vlot, maar de samenwerking met Lindenmayer bleek problematisch. Hij hervatte telkens beslissingen en hield grotendeels vast aan een traditioneel jaarlijks college in plaats van het gezamenlijk ontwikkelde lesprogramma te geven. Binnendijk begon notulen en besluitenlijsten te verspreiden om de vergaderingen te structureren, en confronteerde later expliciet de situatie, waarmee hij op weerstand van de subfaculteit stuitte. Uiteindelijk ontwikkelden B&S en BB samen een alternatief practicum dat wél succesvol was. BB en B&S werden vervolgens de vakgroep Maatschappelijke Biologie in oprichting, later opgegaan in Natuurwetenschap en Samenleving. Binnendijk vertrok voordat die reorganisatie voltooid was.

Zijn verhaal verbindt concrete locaties in Utrecht met de veranderende organisatie van universitair onderwijs en illustreert hoe persoonlijke inzet, meningsverschillen en institutionele dynamiek invloed kunnen hebben op curricula. De teruggevonden naam van Lindenmayer roept bij hem gemengde gevoelens op: erkenning van de wetenschappelijke betekenis, maar ook herinnering aan een moeizame samenwerking.