Binnendijk - Utregdikkies (10) 

zaterdag, 13 december 2025 (02:53) - Nieuws030

In dit artikel:

Dik Binnendijk, die in 1967 biologie ging studeren in Utrecht en kort daarna in de stad ging wonen, blikt terug op zijn studietijd in het voormalige Botanisch Laboratorium aan de Lange Nieuwstraat 106. In zijn serie ‘Utregdikkies’ koppelt hij persoonlijke herinneringen aan gebouwen, straten en mensen; in dit stuk staat vooral de collegezaal van het Botlab centraal, waar hij als eerstejaars (1967/68) de meeste hoorcolleges volgde. Die zaal bestaat niet meer: in de jaren negentig is dit deel van het gebouw gesloopt en vervangen door een moderne aanbouw met veel glas, waarin sinds 1996 het Universiteitsmuseum Utrecht (UMU) is gehuisvest.

Binnendijk omschrijft de collegezaal als altijd verduisterd tijdens colleges — de ramen waren met rolgordijnen afgeplakt — en herinnert zich dat enkele klapstoelen uit de oude banken ooit tentoonstonden in het museum, maar nu waarschijnlijk in opslag liggen. Tijdens zijn studie waren hoorcolleges kort en doelgericht; daarna ging men vaak snel door naar de Mensa of naar de Uithof voor practica. Hij noemt enkele docenten bij naam: lector Zoölogie dr. J.P. Kipp (waarover hij eerder schreef) en dr. H.P. Bottelier (1910–1996), lector en later hoogleraar algemene plantkunde. Bottelier staat hem vooral bij als streng en snel geïrriteerd door laatkomers; zijn tirades moesten studenten zorgen dat ze voortaan op tijd waren. Na zijn dood is er een Fonds Stipendium Bottelier ingesteld, beheerd door de Koninklijke Nederlandse Botanische Vereniging (KNBV). Dat fonds vergoedt aanvragen voor botanisch onderzoek tot maximaal 750 euro, voor studenten en promovendi van celbiologie tot ecologisch veldwerk.

Binnendijk haalt ook herinneringen op aan practica, vermoedelijk plantenfysiologie, en aan het echtpaar O.H. Blaauw en G. Blaauw-Jansen, dat in het Botlab samen onderzoek deed — onder meer naar haver en de invloed van rood licht op kiemende plantjes. Hij herinnert zich de gezinnen van onderzoekers die over de middag op het lab kwamen eten, en reflecteert op zijn jonge oordeel dat samenwerkende partners op één werkplek ongewenst zouden zijn; hij erkent achteraf de kortzichtigheid van die gedachte, onderstreept door zijn eigen ervaringen met werkrelaties.

Bij een recent bezoek aan het UMU (woensdag 10 december) trof hij een rustig museum aan, met enkel een kinderfeestje waar begeleiders kinderen helpen papieren parachuutjes maken die vervolgens van de trappenhal naar beneden zweven. Zijn wandeling eindigt in de Oude Hortus achter het museum, een plek waar hij eveneens veel herinneringen heeft liggen — zijn verhaal wordt vervolgd.