Amper boetes voor straatintimidatie in Utrecht: 'Juridisch complex'
In dit artikel:
In Utrecht heeft de handhaving van seksuele straatintimidatie sinds de invoering ervan op 1 juli 2024 in de praktijk tot drie strafopleggingen geleid. Twee personen kregen een boete; een derde werd uiteindelijk twee dagen in voorlopige hechtenis gezet omdat hij de boete niet betaalde. Twee andere zaken zijn in behandeling bij het Openbaar Ministerie. Daarnaast werden vijf minderjarigen aangesproken: zij kregen geen boete maar wel een waarschuwing.
Onder seksuele straatintimidatie worden onder meer seksueel getinte opmerkingen, naroepen, ongewenste aanrakingen, achtervolgen en racistische of homofobe opmerkingen verstaan. De gemeente wijst erop dat handhaving lastig kan zijn omdat toezichthouders moeten aantonen dat meerdere juridische elementen tegelijkertijd aanwezig zijn — bijvoorbeeld een seksuele benadering met een opdringerig karakter en een negatieve uitwerking voor het slachtoffer.
De huidige aanpak loopt als proef en stopt formeel op 1 juli; die proef wordt nog geëvalueerd. De gemeente laat weten desondanks door te willen gaan met handhaving, omdat dit gedrag volgens haar een aanzienlijke impact heeft en Utrecht een duidelijk signaal wil afgeven dat dergelijke praktijken niet worden gedoogd.