'Als de Sawah roept' geeft Indische KNIL-families een stem
In dit artikel:
Utrecht — Peggy Lesquillier heeft in Als de Sawah Roept de levensverhalen van vijftien Indische Nederlanders verzameld. Het boek ontstond toen zij mensen hielp bij het aanvragen van een oorlogsuitkering — een maandelijkse uitkering voor wie door oorlog lichamelijke of psychische schade opliep — en daarbij veel persoonlijke herinneringen hoorde over Nederlands‑Indië, de oorlog en het bestaan daarna in Nederland.
Lesquillier wilde vooral de alledaagse kant van die geschiedenis vastleggen: jeugd, school, huwelijk en het opnieuw moeten beginnen in Nederland, niet alleen het militaire verhaal. De publicatie van het uitgebreide onderzoek naar geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945–1949) motiveerde haar extra; die rapportage raakte binnen de Indische gemeenschap gevoelige snaren en zette haar aan tot tegenwicht tegen het beeld dat alle KNIL‑soldaten verdacht zouden zijn.
De context: na de Japanse capitulatie riep Indonesië in augustus 1945 zijn onafhankelijkheid uit. Nederland probeerde het gezag te herstellen, maar verloor de strijd; in december 1949 werd soevereiniteit overgedragen aan de Verenigde Staten van Indonesië. In die periode trokken veel Indische gezinnen en KNIL‑families naar Nederland en moesten daar een nieuw bestaan opbouwen.
Een van de portretten in het boek is van Meidty Keizer (1939‑2023), geboren in Batavia en in 1950 naar Nederland gekomen; zij speelde een belangrijke rol in de Indische gemeenschap, onder meer met de Indische Huiskamer in Overvecht. Lesquillier benadrukt dat de verhalen niet alleen verlies laten zien maar ook de kracht van deze gemeenschap: "Er is een enorme veerkracht, maar ook heel veel humor", schrijft en ervaart ze — kwaliteiten die volgens haar door alle ontberingen heen zichtbaar blijven.
Het boek legt het verband tussen collectief trauma, stilzwijgen binnen families en het doorzettingsvermogen bij het opbouwen van een nieuw leven. Als de Sawah Roept verscheen op zondag 29 maart en biedt een menselijk tegenwicht bij het brede debat over koloniale oorlogsmisdrijven en herinnering.