Meer geld uit de provincie voor busvervoer, het stroomnet en de wolf
In dit artikel:
De provincie Utrecht wil volgend jaar extra investeren: Gedeputeerde Staten stellen voor in totaal 80 miljoen euro extra uit te trekken voor onder meer openbaar vervoer, het volle elektriciteitsnet en het landelijke gebied. De plannen lopen deels over meerdere jaren (2027–2030).
Voor het landelijk gebied reserveert de provincie 14 miljoen euro, vooral bestemd voor het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarmee moeten natuur, bodem- en waterkwaliteit worden versterkt en de landbouw verduurzaamd. Een deel van het geld is ook bedoeld voor de wolf: de provincie wil meer subsidie geven voor wolfwerende rasters en ziet stijgende kosten door het beantwoorden van vragen en het afhandelen van WOO-verzoeken rondom wolvenonderzoek en interne communicatie.
Het openbaar vervoer krijgt 4,9 miljoen extra. Sinds de overgang naar nieuwe vervoerders is er veel rituitval ontstaan; op verzoek van vervoerders rijden nu minder bussen. GS wil tegen het einde van het jaar terug naar de oorspronkelijke dienstregeling en verwacht dat door bevolkings- en werkgelegenheidsgroei meer mensen de bus zullen gebruiken. Tegelijkertijd loopt de provincie financieel risico: lagere kaartopbrengsten moet ze het eerste jaar aan vervoerders compenseren en volgend jaar voor de helft opvangen, terwijl daarvoor geen aparte reserve is gevormd.
Voor de Merwedelijn wordt nu al 100 miljoen apart gezet, hoewel de echte uitgaven buiten de huidige begrotingsperiode vallen. Netcongestie is een grote zorg: sinds 1 juli kunnen nieuwe huishoudens niet worden aangesloten. De provincie wil regie nemen bij uitbreiding van het elektriciteitsnet en vraagt daarvoor circa 600.000 euro om extra capaciteit en ondersteuning voor kleinere gemeenten in te huren.
De extra uitgaven komen terwijl onzeker is of het Rijk evenveel geld blijft geven. GS zegt besparingen binnen de organisatie te hebben gevonden en meldt enkele financiële meevallers. Provinciale Staten debatteren eind juni en stemmen op 8 juli over het voorstel.