4 mei-toespraak van burgemeester Dijksma

dinsdag, 5 mei 2026 (01:22) - Nieuws030

In dit artikel:

Op 4 mei bijeen op het Domplein in Utrecht werd stilgestaan bij de slachtoffers van oorlog en onderdrukking en bij bewoners die in verzet kwamen. De spreker legde samen met Wim van Scharenburg een krans bij het Verzetsmonument; Van Scharenburgs vader had in februari 1941 meegedaan aan de Februaristaking tegen de Jodenvervolging. Het monument, ontworpen door beeldhouwster Corinne Franzén‑Heslenfeld en onthuld door prins Bernhard in 1949, toont een vrouw met een fakkel als symbool voor de rol van vrouwen in het Utrechtse verzet. Die fakkeldraagster was modelgestaan door Joke de Boer, een Haagse tiener uit een verzetshaard die zelf honger, deportaties van klasgenoten en bombardementen meemaakte. Joke bezocht het monument haar hele leven; ze overleed zeven maanden geleden op 96‑jarige leeftijd.

De toespraak belichtte zowel bekende als minder bekende vrouwen uit het verzet. Naast namen als Truus en Trui van Lier werd het verhaal van Dirkje Kamperman‑De Vries uit de Rivierenwijk verteld: samen met haar man en dochter verborg zij Joodse kinderen en redde ze onder grote risico’s onder meer baby Appie uit een crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg en de peuter Flip via een list waarbij verpleegsters zijn huidskleur manipuleerden om hem uit handen van de Duitse autoriteiten te krijgen. Zulke schrijnende en moedige acties illustreren hoe vrouwen met ‘zachte’ middelen levens redden en actief verzet boden.

Er werd ook aandacht besteed aan de fysieke staat van het monument: Joke zag in haar leven hoe de kalksteen tekenen van slijtage vertoonde en maakte zich zorgen dat het eerbetoon zou verbleken. De spreker benadrukte dat behoud van het monument belangrijk is en dat herdenken niet alleen in steen gebeurt maar in verhalen. Op het monument worden diverse groepen herdacht: Joden, Roma en Sinti, communisten, vrijmetselaars, Jehova’s getuigen, homoseksuelen, militairen, verzetsmensen en onschuldige burgers die vervolgd werden om wie ze waren, wat ze geloofden of waarvoor ze stonden.

Tegelijk verbond de bijeenkomst verleden en heden: herinnering heeft urgentie omdat ook nu oorlogen levens verwoesten (vermeld zijn conflicten zoals in Oekraïne, Palestina en Soedan) en omdat in veel landen mensen worden vervolgd wegens hun kritiek of identiteit (bijvoorbeeld in Iran en Rusland). De oproep was duidelijk: blijf vertellen over deze helden en heldinnen, onderhoud de gedenktekens en houd de fakkel van vrijheid en solidariteit brandend — daarmee blijft het verzet tegen onvrijheid zichtbaar, ook als steen veroudert.